Omgevingsanalyse
Omgevingsanalyse lokaal bestuur Nijlen
A Omschrijving proces opmaak omgevingsanalyse
Op de volgende pagina’s wordt het proces voor de opmaak van deze omgevingsanalyse omschreven. Het is belangrijk om dit als achtergrond te lezen om de opbouw te snappen.
In het kader van de opmaak van het strategisch meerjarenplan moet elk lokaal bestuur een omgevingsanalyse opmaken. Daarin worden interne en externe factoren opgenomen waar beleidsmakers rekening mee moeten houden om beleid te plannen, uit te voeren en bij te sturen.
In de praktijk hebben veel gemeenten moeite met de grote hoeveelheid beschikbare informatie. Welke informatie moeten ze selecteren? En welke betekenis kan aan die informatie worden gegeven? Bovendien is de opmaak van de omgevingsanalyse niet zelden “eenzaam werk”. Een staf- of beleidsmedewerker gaat aan de slag en er is weinig tot geen feedback van het managementteam of andere medewerkers van de organisatie op de verzamelde informatie. Van teamwerk is dus niet echt sprake …
Het is dan ook niet verwonderlijk dat de omgevingsanalyse in veel gevallen niet of nauwelijks wordt aangepast tijdens de legislatuur. In onzekere tijden is het echter een feit dat de context zelfs tot op lokaal niveau sterk onderhevig is aan veranderingen. Een omgevingsanalyse die niet regelmatig wordt bijgewerkt, past vaak niet meer bij de huidige realiteit. Dit leidt tot beleid dat niet up-to-date is, terwijl de omgevingsanalyse net het fundament is van een nieuwe beleids- en beheerscyclus.
TriFinance heeft, op basis van ervaringen bij diverse lokale besturen, een stappenplan ontwikkeld om onder begeleiding een omgevingsanalyse te maken die gefocuste informatie bevat en breed gedragen wordt binnen de organisatie. Het inhoudelijke traject van de opmaak van de omgevingsanalyse lichten we hieronder gefaseerd toe.
Fase 1: Vooranalyse
De vooranalyse startte met twee voorbereidende oefeningen die input leverden voor de eerste workshop over data- en participatiebehoeften waarmee fase 1, de vooranalyse, werd afgesloten. De voorbereidende oefeningen waren:
- Uitvoering van een quick scan van de belangrijkste beleidsdocumenten, zoals het meerjarenplan, de jaarrekening en de jaarlijkse rapportering over organisatiebeheersing. Hierdoor werd de ‘padafhankelijkheid’ van lokaal bestuur Nijlen duidelijk, die wordt bepaald door de organisatiehistoriek en -cultuur.
- Invullen van een korte digitale bevraging door een 25-tal mensen van het lokaal bestuur, waarin gepeild wordt naar dé belangrijke beleidsuitdagingen en bijhorende informatienoden. Deze bevraging werd door leden van het managementteam, inhoudelijk experten, leden van het schepencollege en de fractieleiders ingevuld.
Vanuit hun perspectief en uit hun dagelijkse contacten met burgers zijn ook politici immers een belangrijke bron om beleidsuitdagingen en bijhorende informatienoden te benoemen.
De documentenanalyse en de digitale bevraging vormden de basis voor een eerste workshop die de informatie- en participatiebehoeften scherp stelt. Centrale vragen in deze workshop waren:
- Wat wil je als lokaal bestuur over de verschillende beleidsuitdagingen weten?
- Welke informatie heb je nodig en hoe moet je dat meten?
Aan de eerste (en de volgende) workshop namen een 40-tal mensen deel. Enerzijds uit de administratie, anderzijds de voorzitters van de adviesraden.
Fictief voorbeeld beleidsuitdaging: Het voorzien van voldoende opvangplaatsen voor baby’s en peuters.
In de eerste ronde van de workshop konden deelnemers aanbevelingen doen bij de beleidsuitdagingen. Is er bv. verduidelijking nodig? Of zijn er uitdagingen die nog niet zijn benoemd (= blinde vlekken)?
De tweede ronde diende om de noodzakelijke informatie om de verschillende beleidsuitdagingen te onderbouwen. Per beleidsuitdaging werden de relevantie en de nood aan informatie bepaald. Een voorbeeld van een behandelde vraag: “Is die informatie nodig, handig of niet relevant om de beleidsuitdaging te onderbouwen?”
Fictief voorbeeld informatienoden op basis van beleidsuitdaging over kinderopvang voor baby’s en peuters
|
Infonood |
Cijfermateriaal |
|
Hoeveel opvangplaatsen per 100 baby’s en peuters zijn er in gemeente x? |
37 |
|
Hoeveel opvangplaatsen per 100 baby’s en peuters zijn er gemiddeld in het Vlaamse Gewest? |
44 |
|
Hoeveel opvangplaatsen per 100 baby’s en peuters zijn er in buurgemeenten y en z?
|
47 (gemeente y), 41 (gemeente z) |
|
Wat is de verhouding tussen verschillende types opvang voor baby’s en peuters? (gemeente x) |
|
|
Hoeveel plaatsen bij onthaalouders dreigen de komende drie jaar te verdwijnen? |
|
Aan het einde van de workshop waren de beleidsuitdagingen en informatienoden van het lokaal bestuur Nijlen duidelijk. Een belangrijk effect van de methodische aanpak van de workshop is dat een brede vertegenwoordiging van de administratie actief meewerkte aan de omgevingsanalyse. Hierdoor ontstond er al draagvlak voor het latere meerjarenplan.
Fase 2: Verzamelfase
In deze fase richtten we ons eerst op het verzamelen van informatie en kennis, gebaseerd op de beleidsuitdagingen en informatienoden uit fase 1. Het is opvallend dat hoewel verschillende diensten en afdelingen binnen het lokaal bestuur (net zoals bij de meeste lokale besturen) veel informatie hebben, deze vaak niet centraal wordt opgeslagen. Deze fase was daarom ook een bewustwording van de hoeveelheid beschikbare interne informatie en de nood om die centraal te beheren.
Na de dataverzameling verwerken we alles vervolgens voor de tweede workshop met als centrale vraag:
· Wat leren we op basis van de verzamelde informatie?
Tijdens de workshop maakten de deelnemers kennis met de verzamelde informatie per beleidsuitdaging aan de hand van flappen en, waar mogelijk, tabellen en grafieken. In een eerste ronde van de workshop konden ze aanvullingen geven. Vervolgens kregen ze de opdracht om conclusies te trekken op basis van de verzamelde informatie: “Wat hebben we geleerd?”.
Fictief voorbeeld conclusies op basis van beleidsuitdaging
|
Conclusie |
Omschrijving Conclusie |
|
Conclusie 1 |
Gemeente x heeft minder opvangplaatsen per 100 baby’s en peuters dan buurgemeente y, z en het Vlaamse gemiddelde.
|
|
Conclusie 2 |
Er zullen binnen 3 jaar 32 opvangplaatsen verdwijnen bij onthaalouders in gemeente x.
|
Deze methodiek stimuleert medewerkers om eerst te werken aan beleidsuitdagingen waarmee ze de meeste raakpunten hebben. Medewerkers met een ‘generalistische instelling’ konden de minder evidente uitdagingen uiteraard ook meenemen. Op het einde van de workshop was duidelijk wat er per beleidsuitdaging uit de informatie geleerd kon worden.
Fase 3: Verwerking
In de eerste twee fases bepaalden we welke informatie we nodig hebben en welke conclusies we daaruit kunnen trekken. In de derde fase, de verwerking, bouwen we daarop verder. De centrale vragen waren:
- Welke beleidsopties kunnen we formuleren voor de verschillende beleidsuitdagingen?
- Welke beleidsoptie(s) kunnen we aanbevelen aan het volgende bestuur?
Tijdens de eerste ronde van de workshop formuleerden we beleidsopties op basis van de conclusies uit de tweede workshop. Enerzijds noteerden we hier telkens de nuloptie (= omschrijving van wat er nu (niet) gebeurt). Anderzijds bepaalden we de beleidsopties. Medewerkers werkten hier zoveel mogelijk in groepjes op basis van hun affiniteit met specifieke beleidsuitdagingen.
De volgende vraag was: wat is de beste optie? Daarvoor kreeg elke beleidsoptie per beleidsuitdaging een aantal scores op basis van drie variabelen. Voorbeeld van zo’n variabele is meerwaarde: “Wat krijgen we terug voor de geïnvesteerde personeelsuren en budgetten? Wat is de impact op bv. burgers of het publiek domein?”
Door elke beleidsoptie een aantal keer te scoren, was het mogelijk om een gemiddelde score te berekenen, wat hielp bij het bepalen van de voorkeursoptie(s). Deze scores dienden als richtlijn voor de uiteindelijke omgevingsanalyse.
Voorbeeld beleidsopties en scoren beleidsuitdagingen
|
Beleidsopties |
Meerwaarde |
Risico |
Rol lokaal bestuur |
Score totaal |
|
Nuloptie: verdere opvolging van regionaal overleg en informeren en ondersteunen van opvanginitiatieven op ad hoc-basis |
1 |
6 |
5 |
12 |
|
Optie 1: uitwerken van een ondersteuningskader (inhoudelijk en financieel) om de organisatie van gezinsopvang te stimuleren |
6 |
3 |
4 |
13 |
|
Optie 2: Het lokaal bestuur neemt een actieve regierol op om het aantal opvangplaatsen per 100 baby’s en peuters op het Vlaamse gemiddelde te brengen. |
6 |
3 |
4 |
13 |
|
Optie 3: periodieke monitoring van het aantal opvangplaatsen en noden op regionaal niveau zodat baby’s en peuters steeds een opvangplaats in gemeente x, y of z hebben. Indien nodig wordt op regionaal niveau actie ondernomen om het aantal opvangplaatsen te verhogen. |
4 |
6 |
6 |
16 |
Tot slot vond in de workshop over de beleidsopties nog een derde ronde plaats. Dankzij het opzoeken van informatie, het trekken van conclusies en het formuleren van beleidsopties is er nu een stevig fundament om de verschillende beleidsuitdagingen te prioriteren. Tijdens een interactieve oefening categoriseerden alle deelnemers de beleidsuitdagingen volgens "hoogste impact", "hoge impact", en "gemiddelde impact". Deze prioriteringsoefening was ook richtinggevend voor de uiteindelijke omgevingsanalyse.
Aan het einde van deze workshop was duidelijk:
- wat de mogelijke beleidsopties zijn voor de verschillende beleidsuitdagingen:
- wat de voorkeursbeleidsopties zijn;
- welke prioriteit elke beleidsuitdaging heeft.
Fase 4: Eindredactie
Na de afronding van de drie voorgaande fases werd alle informatie gebundeld in deze omgevingsanalyse volgens de volgende structuur:
- Deel A: omschrijving proces opmaak omgevingsanalyse
- Deel B: managementsamenvatting
- Deel C: overzicht beleidsuitdagingen: enerzijds die met hoogste, anderzijds met hoge en gemiddelde impact.
- Deel D: bijlagen: met o.a. belangrijkste cijfers, link naar uitgebreid document met cijfers en visualisaties en andere belangrijke bijlagen.
Deel C is zo opgebouwd dat er per beleidsuitdaging een fiche is terug te vinden met de belangrijkste vaststellingen en de beleidsopties, ook die met de hoogste score. Daardoor is een gefocuste basis beschikbaar om te werken aan de doelstellingenboom van het strategisch meerjarenplan.
Participatie
In fase 2 vond een interne participatieoefening plaats over gebiedsgerichte werking. Het verslag van die sessie is als digitale bijlage terug te vinden bij deze omgevingsanalyse.
B Managementsamenvatting Omgevingsanalyse Lokaal Bestuur Nijlen
B.1 Situering omgevingsanalyse
De omgevingsanalyse is één van de verplichte onderdelen in de documentatie bij het meerjarenplan 2026-2031. De aanpak ervan is volledig vrij. Met de omgevingsanalyse brengen we de omgeving voor Nijlen in kaart gebracht. Enerzijds gaat het om de specifieke situatie voor Nijlen, anderzijds gaat het om bredere maatschappelijke tendensen die invloed hebben op Nijlen.
De aanpak voor Nijlen bestond eruit om zeer gericht beleidsuitdagingen met de hoogste impact en belangrijke beleidsuitdagingen te formuleren. Per beleidsuitdaging werden op basis van informatie conclusies getrokken en vervolgens beleidsopties geformuleerd. Een uitgebreide omschrijving van het traject is vooraan in onderdeel A terug te vinden.
De omgevingsanalyse is een belangrijk instrument om beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties te formuleren voor het nieuw strategisch meerjarenplan. Het is dus een leidraad om beleidskeuzes te maken.
B.2 Wat valt op in de cijfers voor Nijlen?
De hoeveelheid data en informatie die beschikbaar is, is enorm. In deze mana-gementsamenvatting wordt vooral stilgestaan bij de basisinformatie waarvoor Nijlen in positieve of negatieve zin opvalt.
- De tevredenheid over de buurt is hoog, maar gezakt van 85 naar 80% (2023 vs. 2020)
- Ook de tevredenheid over het sociaal weefsel zakte (van 55 naar 50%)
- Tevredenheid over digitale diensten ligt stuk lager dan in de referentieregio (65 vs. 70 %)
- De mediaanprijs voor een huis is 44% toegenomen (2019 vs. 2022)
- 62% is van de woningen van voor 1981
- Er zijn relatief weinig opvangplaatsen voor baby’s en peuters: 33 per 100 t.o.v. 44 in de referentieregio
- Een hoog lidmaatschap van verenigingen t.o.v. de referentieregio
- De tevredenheid over het openbaar domein is gestegen (openbaar groen, fietsinfrastructuur, …)
- De kansarmoedeindex is relatief laag in Nijlen
B.3 Beleidsuitdagingen met de hoogste impact (externe omgevingsanalyse)
Zoals hierboven beschreven en ook terug te vinden in onderdeel D prioriteerden de deelnemers aan de laatste workshop de verschillende beleidsuitdagingen volgens mate van relevantie. Hieronder ligt de focus daarom ook op die beleidsuitdagingen die zijn ingedeeld in 5 overkoepelende thema’s:
- Digitalisering
- Klimaat
- Mobiliteit
- Werking lokaal bestuur
- Zorg, gezondheid en wonen
Onderstaand worden telkens de belangrijkste vaststellingen voor de beleidsuitdagingen per thema samengevat en vervolgens (een) voorkeursoptie(s) voorgesteld. De meer uitgebreide informatie is in onderdeel B terug te vinden.
Ook de belangrijkste conclusies uit de zelfevaluatie (interne oefening) zijn achteraan deze managementsamenvatting terug te vinden.
Digitalisering
Algemeen gezien is de digitalisering ook de vorige legislatuur enorm toegenomen. Zeker de komst en de verdere ontwikkeling van artificiële intelligentie schept ook voor lokale besturen heel wat mogelijkheden. Langs de andere kant zijn er ook heel wat uitdagingen, bijv. inzake cyberveiligheid, maar er is ook het risico voor een nieuwe digitale kloof.
- De tevredenheid over de digitale dienstverlening is lager dan in de regio. Nijlen moet de burger ondersteunen bij de verdere digitalisering. Onder andere voor de eigen dienstverlening moet meer aandacht zijn voor e-inclusie
Klimaat
Deze beleidsperiode zal de rol van lokale besturen in klimaatmitigatie- en adaptatie enorm toenemen. Waar het in de vorige legislatuur nog relatief vrijblijvend en aftastend kon gebeuren, is een versnelling nu noodzakelijk. Dat enerzijds wat betreft de voorbeeldrol als lokaal bestuur, anderzijds in het plannen en bijsturen van beleid voor burgers.
- Het bestuur moet inzetten op het versnellen van duurzame renovaties van particuliere woningen. Nijlen scoort hier lager dan gemiddeld.
- Nijlen loopt achter in de realisatie van de doelstellingen uit het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP). De gemeente moet concrete acties opnemen in het volgende MJP om de doelstellingen uit het LEKP te realiseren.
- Voor de realisatie van het LEKP moeten we de publieke ruimte selectief, kwalitatief, contextueel en toekomstbestendig inrichten en beheren. Het bestuur moet zich intern anders organiseren zodat een gerichte aanpak op wijkniveau mogelijk is.
- Het ontbreekt nu aan duidelijke ambities en voldoende capaciteit om het eigen patrimonium klimaatneutraal te maken.
- De gemeente moet klimaatbestendig gemaakt worden op het vlak van waterbeheer. Dit vraagt een inzet zowel op vlak van sensibilisering, ruimtelijke planning als handhaving.
Mobiliteit
De aandacht voor leefbaarheid van kernen en de zachte weggebruiker is voorbije twee decennia toegenomen. Centrumsteden zoals Mechelen en Gent hebben hier een voortrekkersrol in opgenomen, maar ook kleinere steden en gemeenten leveren inspanningen. Leefbaarheid en mobiliteit zijn ook onlosmakelijk verbonden met de inrichting van het openbaar domein. Het herinrichten van het openbaar domein vormt immers vaak een kans om bijv. parkeerplaatsen te ontharden en meer bomen en groen te planten.
- Het beleid inzake verkeersveiligheid moet verdergezet worden om de verkeersveiligheid te verhogen, specifiek voor schoolgaande kinderen en jongeren.
- De verkeersdrukte in de dorpskernen blijft hoog onder andere door het autogebruik van de inwoners. Er is nood aan bijkomende maatregelen om de leefbaarheid van de dorpskernen te bewaken en de toenemende verkeersdrukte tegen te gaan.
- Er is nog veel potentieel in Nijlen om de inwoners te stimuleren voor een modal shift, waarbij mensen over stappen van particuliere auto's naar milieuvriendelijkere vervoerswijzen, via deelauto’s, ontwikkelling van Hoppin-punten en stimuleren van (elektrische) fietsen.
Werking lokaal bestuur
Ook lokale besturen worden geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt. Omgevingsambtenaren, maar ook technische profielen zijn bijv. moeilijk te vinden. Op het Vlaamse bestuursniveau was er de vorige legislatuur een financiële intensive om te fusioneren en werd het bovenlokale niveau ook verdeeld in referentieregio’s. De nieuwe bestuursperiode op lokaal niveau zal moeten uitwijzen wat de meerwaarde en efficiëntiewinst van de referentieregio’s is. Het spreekt voor zich dat er ook voor het thema lokaal bestuur een aantal essentiële beleidsuitdagingen werden geformuleerd.
- De belangrijkste uitdaging zit in het aantrekken en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel
- Om efficiënt en effectief samenwerken met regionale overheden/initiatieven en hogere overheden moet het bestuur kritisch kijken naar de meerwaarde van de huidige samenwerkingsverbanden
- De regionale inspiratienota voor Rivierenland benadrukt dat schaalvergroting noodzakelijk is. Daarvoor moeten Nijlen sterker regionaal samenwerken
Zorg, gezondheid en wonen
Gezien de demografische evolutie, de technologische vooruitgang en de krapte op de arbeidsmarkt blijft (betaalbare) zorg ook deze legislatuur een grote uitdaging. Onlosmakelijk verbonden met betaalbare zorg, maar ook met gezondheid is aangepast en betaalbaar wonen. Burgers kloppen niet zelden met vragen of verwachtingen aan bij het meest nabije bestuursniveau, het lokaal bestuur. Omdat welzijn, gezondheidszorg en wonen beleidsdomeinen waarvoor beleid grotendeels door andere overheden of organisaties wordt beslist of uitgevoerd moet het een continu aandachtspunt zijn om af te wegen of het lokaal bestuur een rol moet spelen en zo ja of dat dan als regisseur en/of actor is.
- We zien een algemene afname van het mentaal welbevinden. De sociaal- emotionele draagkracht van de burger daalt. Het gemeentebestuur moet een breed beleid voeren samen met andere actoren onder andere op het vlak van wonen.
- Het beleid moet erop gericht zijn om zorg kwalitatief en toegankelijk te houden voor iedereen en om mensen voldoende te ondersteunen om langer alleen thuis te blijven wonen
- De capaciteit van de kinderopvang voor 0-3-jarigen is te klein. De uitdaging is om er voor te zorgen dat iedereen gebruik kan maken van kwalitatieve kinderopvang. Buitenschoolse activiteiten moeten geïntegreerd worden in de kinderopvang.
- De stijgende woningprijzen kunnen leiden naar woningnood in Nijlen. Het beleid moet alternatieven zoeken om wonen betaalbaar houden voor alle doelgroepen (jonge gezinnen, singles, senioren...)
- Er is nood aan voldoende betaalbare sociale woningen (huur of koop) die ook geschikt zijn voor de meest kwetsbare groepen en voldoen aan de normen inzake duurzaamheid en kwaliteit.
Belangrijkste conclusies uit de zelfevaluatie
• Er is nood aan een systematisch monitoringsbeleid (met een bijhorend systeem voor beleidsopvolging en –rapportering)
• Er moet worden ingezet op leiderschap en resultaatgericht werken met SMART-doelstellingen, data-evaluatie, en permanente feedback
• De communicatiestrategie moet worden uitgerold met focus op visie, missie, doelstellingen, strategische acties en relaties met inwoners en bezoekers
• Het participatiebeleid en -reglement moeten worden vernieuwd
• Gebiedsgericht werken moet worden geïntroduceerd voor effectieve resultaten
C Overzicht beleidsuitdagingen
In dit onderdeel van de omgevingsanalyse wordt een meer uitgebreid overzicht gegeven van alle beleidsuitdagingen. Meer concreet zijn telkens volgende elementen terug te vinden:
- Omschrijving beleidsuitdaging
- De belangrijkste vaststellingen op basis van informatie: “Wat hebben we geleerd?”
- Beleidsopties met scores: “Welke beleidsopties zijn er op basis van de informatie en conclusies”? (de beleidsoptie met de hoogste score heeft groene letters)
- Eventuele argumentatie bij de voorkeursoptie door de diensten
- Aanvulling TriFinance (TF) bij de voorkeursoptie
- Referenties:
- Code beleidsuitdaging
- Is het een beleidsuitdaging die tijdens de workshops werd behandeld of enkel door middel van deskresearch (de overige beleidsuitdagingen)?
- Thema gemeentemonitor waar de beleidsuitdaging bij ondergebracht kan worden
- Prioriteit
De beleidsuitdagingen zijn onderverdeeld in twee grote groepen die elke een titel hebben:
- Beleidsuitdagingen met de hoogste impact: dit zijn de beleidsuitdagingen die ook opgenomen zijn in de managementsamenvatting. Het gaat om die uitdagingen waar een beleid voor ontwikkeld moet worden en/of keuzes nodig zijn.
- Beleidsuitdagingen met hoge en gemiddelde impact: deze beleidsuitdagingen zijn ook relevant, maar het ontwikkelen van beleid of maken van keuzes moet hier eerder op basis van gezond verstand gebeuren: “We zouden best …”
C.1 Beleidsuitdagingen met hoogste impact
C.1.1 Digitalisering
Algemeen gezien is de digitalisering ook de vorige legislatuur enorm toegenomen. Zeker de komst en de verdere ontwikkeling van artificiële intelligentie schept ook voor lokale besturen heel wat mogelijkheden. Langs de andere kant zijn er ook heel wat uitdagingen, bijv. inzake cyberveiligheid, maar er is ook het risico voor een nieuwe digitale kloof.
Op basis van informatie voor beleidsuitdaging BU31 Hoe ondersteunen we onze burger bij de verdere digitalisering. Hoe kunnen we aan e-inclusie werken onder andere in de eigen dienstverlening blijkt dat de kostprijs van connectiviteit (abonnementen) naast voldoende digitale vaardigheden vaak een drempel is om vlot gebruik te maken voor digitale dienstverlening. De tevredenheid over digitale dienstverlening is in Nijlen ook lager dan in de referentieregio Rivierenland. Zonder de fysieke dienstverlening uit het oog te verliezen, moet daarom de gemeentelijke website gebruiksvriendelijk(er) en toegangkelijk(er) gemaakt worden. Naar ondersteuning van burgers is er enerzijds de voorkeursoptie om het huidige beleid te behouden. Daarin wordt samengewerkt met de digibank Lier en is er een aanbod vanuit de gemeentelijke diensten. Anderzijds scoorde de optie om het ondersteuningsaanbod uit te breiden i.s.m. even hoog. Hiervoor moet steeds afgewogen worden wat de meerwaarde is en welke nood ingevuld wordt.
Hoe ondersteunen we onze burger bij de verdere digitalisering. Hoe kunnen we aan e-inclusie werken onder andere in de eigen dienstverlening?
|
|
§ Context is niet specifiek voor Nijlen § Hoog vertrouwen in ontwikkeling van digitale vaardigheden, zelfs bij ouderen à geeft opportuniteiten § Connectiviteit (abonnementen) is duur en is basis § Als lokaal bestuur bereiken we (of kunnen we) de burger die minder digitaal zijn en kunnen we ze al (goed) helpen
|
|
|
Nuloptie: We behouden het beleid zoals het is en bieden via digibank Lier en de gemeentelijke diensten een aanbod aan om burger bij te leren en helpen onze burgers bij onze dienstverlening (16) Optie 1: We breiden het aanbod uit om burgers te ondersteunen bij de verdere digitalisering en schakelen hier externe partners voor in (16) Optie 2: We breiden het aanbod uit om burgers te ondersteunen bij de verdere digitalisering en schakelen hiervoor extra personeel in en leiden eigen medewerkers op (14) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
De score voor de Nuloptie en optie 1 is even hoog. Bij het uitbreiden van het aanbod is het belangrijk om af te wegen wat de meerwaarde tegenover het bestaande aanbod is. Of anders gesteld: wat zijn te verwachte resultaten van nieuwe initiatieven?
|
|
Referenties |
|
Deze beleidsperiode zal de rol van lokale besturen in klimaatmitigatie- en adaptatie enorm toenemen. Waar het in de vorige legislatuur nog relatief vrijblijvend en aftastend kon gebeuren, is een versnelling nu noodzakelijk. Dat enerzijds wat betreft de voorbeeldrol als lokaal bestuur, anderzijds in het plannen en bijsturen van beleid voor burgers.
Naast het patrimonium van het lokaal bestuur moet er ook in particuliere woningen (BU07 Versnellen in duurzame renovaties) verder geïsoleerd worden. Het aandeel geïsoleerde woningen ligt in Nijlen ook lager dan in de referentieregio en de rest van Vlaanderen. Dé grote drempel voor een (energetische) renovatie is de betaalbaarheid ervan. Naar toekomstig beleid toe is het verderzetten van het huidig beleid (huisdokter, subsidiëring en aanhouden van tijdslijn conformiteitsattest voor huurwoningen) nodig. Daarnaast is er ook de optie om meer subsidies voor particuliere eigenaars te voorzien. In het licht van de budgettaire context moet lokaal bestuur Nijlen hier echter bedachtzaam mee omgegaan waar mogelijk gebruik maken van (Europese) projectsubsidies en samenwerken met andere partners.
Breder en samenhangend met de specifieke beleidsuitdaging rond duurzame renovaties is de beleidsuitdaging over het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) (BU08 Hoe realiseren we de ambities/doelstellingen uit het lokaal energie en klimaatpact?). Uit de meest recente rapportering voor Nijlen blijkt dat er stevig versneld moet worden om de doelstellingen tegen 2030 te bereiken en dit globaal gezien voor de vier werven[1]. Waar het LEKP tijdens de uitvoering van de vorige legislatuur eerder als een op zich staand plan werd aangepakt, vormt het nieuwe meerjarenplan dé kans om de engagementen (horizontaal) te integreren in beleidsdoelstellingen, actieplannen en acties.
Omgaan met klimaatverandering en het realiseren van de doelstellingen uit het LEKP kan niet losgezien worden van de inrichting van het publiek domein (BU32 Hoe de publieke ruimte selectief, kwalitatief, contextueel en toekomstproof inrichten en beheren?). Om daaraan te werken zijn tijdens de legislatuur subjectieve en objectieve gegevens op wijkniveau nodig. Het uitwerken van ruimtelijke projecten op buurtniveau vereist ook dat het lokaal bestuur er intern op georganiseerd is. Belangrijk aandachtspunt voor ruimtelijke projecten tijdens deze legislatuur is om projecten op te starten en uit te voeren op basis van gegevens en vervolgens ook de effecten van de ingrepen periodiek op te volgen.
Voor de beleidsuitdaging “Klimaatneutraal maken eigen patrimonium” (BU09) is de belangrijkste conclusie dat er nu geen beleidsmatig ambitieniveau (wat is deadline?) is vooropgesteld. In deze legislatuur is het daarom noodzakelijk om financiële middelen voor (strategische) patrimoniumprojecten te voorzien en te werken aan een bijhorende planning. Daarnaast is er ook nood aan personeelstijd om het geheel te coördineren.
BU10 De gemeente klimaatproof maken gaat specifiek over het beheer van water. De belangrijkste conclusies op basis van informatie is dat burgers geïnformeerd en gesensibiliseerd worden over de nieuwe realiteit (periodes met veel en weinig neerslag). Beleidsmatig is er enerzijds de noodzaak aan planologische integratie en aanpassingen. Anderzijds is er nood aan een handhavingsbeleid. Om gevolg te geven aan deze beleidsuitdaging moeten de acties die zijn opgenomen in het Hemelwater- en droogteplan dat in 2024 werd opgemaakt, uitgevoerd worden. Hiervoor zullen de nodige budgetten nodig zijn. Daarom moet ook lokaal bestuur Nijlen ook maximaal inzetten op regionale samenwerking en subsidiabele projecten.
Versnellen in duurzame renovaties (link met LEKP)
|
|
§ In Nijlen is er t.o.v. de referentieregio en de rest van Vlaanderen duidelijk een groter aandeel slecht geïsoleerde woningen § Betaalbaarheid van renovatie is een belangrijke drempel § We weten niet exact welke woningen slecht geïsoleerd zijn (ligging: kern, niet-kern; type: gesloten, open, …; demografisch: oud, jong, …) § Er is te weinig kennis van collectieve initiatieven (bijv. Samenaankopen) § Er is nood aan aannemers/ontwikkelaars die gespecialiseerd zijn in collectieve renovaties
|
|
|
Nuloptie: - Het huidig aanbod behouden (huisdokter en subsidies) - De tijdslijn voor het conformiteitsattest behouden (11) Optie 1: Verstrengen in de toepassing van het conformiteitsattest (naar alle huurwoningen) (8) Optie 2: Meer gemeentelijke subsidies en logistieke ondersteuning voorzien (= ontzorging) (13) Optie 3: (uitbetalen van en zoeken naar) Subsidiëring en logistieke ondersteuning door partners laten uitvoeren (11) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Gezien de noodzaak moet het huidig beleid (nuloptie) verdergezet worden. Bij de voorkeursoptie (2) is de vraag welk budget het lokaal bestuur kan vrijmaken en welk verschil (is de subsidiëring een trigger om te renoveren) daar mee gemaakt kan worden? Samenwerking met partners, groepsrenovaties via (Europese) subsidies lijkt hier een optie waar een groter verschil mee gemaakt kan worden.
|
|
Referenties |
|
Hoe realiseren we de ambities/doelstellingen uit het lokaal energie en klimaatpact (LEKP)?
|
|
§ Er moet een versnelling komen om meer bomen te planten (ook schaalvergroting) § Er moet in kaart gebracht worden wanneer burgers extra bomen planten of een haag planten (databeheer) § Er moet stevig versneld worden inzake collectieve renovaties (af te wegen of hier een regie- of actorrol opgenomen moet worden) § We moeten versnellen om de doelstelling inzake ontharding te halen § We moeten ruimte voor water voorzien (hemelwateropvang) § We moeten versnellen om meer deelwagens aan te bieden tegen 2030 § Om doelstellingen te bereiken zijn er financieringsbehoeften § De eigen infrastructuur moet optimaler en duurzamer gebruikt worden
|
|
|
Nuloptie: weten wat we zelf doen, maar niet wat inwoners doen (9) Optie 1: inzetten op klimaateducatie samen met partners (zeker voor toekomstige generaties) (15) Optie 2: engagement vertalen naar concrete strategische en operationele doelstellingen (+duidelijk communiceren) (16) Optie 3: zichtbaar maken van realisaties (in het bijzonder die van het lokaal bestuur) (15) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Wanneer gekeken wordt naar de ambities van het LEKP en de korte looptijd om die te realiseren is het formuleren van doelstellingen op verschillende niveaus aangewezen. Zie ook BU32 over publieke ruimte. Het “horizontaal” inbedden van het LEKP kan de haalbaarheid en effectiviteit van het realiseren van de ambities vergroten.
|
|
Referenties |
|
Klimaatneutraal maken eigen patrimonium
|
|
§ Gebrek aan het uitspreken van het beleidsmatig ambitieniveau (wat is deadline?) § Dit is niet specifiek voor Nijlen (Is er een overzicht van het patrimonium?) § We hebben iemand nodig die dit coördineert
|
|
|
Nuloptie: We voeren geen structurele acties uit, we springen op ad hocopportuniteiten (= kortetermijndenken) (6) Optie 1: Financiële middelen voorzien om patrimoniumprojecten te realiseren (= langetermijninvesteringen) (14) Optie 2: Middelen (mensen en budget) vrijmaken om patrimoniumbeheer uit te voeren (11) Optie 3: Verkopen/downsizen van het eigen patrimonium (=optimaal benutten) (10) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Optie 1 uitvoeren op basis van het patrimoniumplan geniet de voorkeur. Optie 2 en 3 zullen ter sprake komen als er over de uitvoering van het patrimoniumplan wordt gesproken.
|
|
Referenties |
|
De gemeente klimaatproof maken (klimaat, milieu en natuur) met nadruk op water(beheer)
|
|
§ We moeten communiceren, sensibiliseren naar burgers toe over de nieuwe realiteit § We moeten burgers stimuleren om zich aan te passen aan de nieuwe realiteit § We moeten ons planologisch aanpassen aan de nieuwe realiteit § We moeten een handhavingsbeleid hebben voor overtredingen die ingaan tegen de nieuwe realiteit § De nieuwe realiteit als kan om beleid aan te passen en een voorbeeld op te nemen
|
|
|
Nuloptie: Er wordt momenteel een hemelwater- en droogteplan (HWDP) opgemaakt (13) Optie 1: Implementeren van acties die voortvloeien uit het HWDP, samen met partners (14) Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Optie 1 is een gevolg van de nuloptie. Voor het uitvoeren van acties zullen budgetten nodig zijn. Regionale samenwerking is hier aan te raden. (Regionale) subsidiëring om projecten uit te voeren vormt een mogelijke meerwaarde.
|
|
Referenties |
|
Hoe de publieke ruimte selectief, kwalitatief, contextueel en toekomstproof inrichten en beheren?
|
|
§ Gezien de complexiteit van deze uitdaging moeten we geïntegreerd werken (intern op organiseren) § We moeten op niveau van buurten/wijken wensen in kaart brengen wat betreft kwalitatieve publieke ruimte § Klimaatverandering als kans om de publieke ruimte te herinrichten (o.a. beleving) § Er is nood aan inzicht bij de burger over kwalitatieve publieke ruimte
|
|
|
Nuloptie: Naar best vermogen voeren we ruimtelijke projecten uit zonder te monitoren (status bijv.) (8) Optie 1: Projecten in de toekomst zo uitvoeren dat er een degelijke analyse is op basis van gegevens, maar ook opvolging van de effecten van de ingrepen (16) Optie 2: We moeten op ruimtelijk vlak multidisciplinair en buurtgericht werken (16) Optie 3: De doelstellingen uit het LEKP moeten doelgericht verweven worden in ruimtelijke projecten (projecten dragen bij aan de realisatie van het LEKP) (15,5) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Opties 1, 2 en 3 scoren allen hoog. Zeker optie 1 en 2 zijn complementair. Voor het opvolgen van effecten zijn niet alleen objectieve gegevens belangrijk maar ook de subjectieve beleving van inwoners. Als ruimtelijke projecten meer “datadriven” uitgevoerd worden, vormt dat ook een stimulans om de doelstellingen uit het LEKP als “horizontaal verhaal” doorheen verschillende projecten mee te nemen.
|
|
Referenties |
|
De aandacht voor leefbaarheid van kernen en de zachte weggebruiker is voorbije twee decennia toegenomen. Centrumsteden zoals Mechelen en Gent hebben hier een voortrekkersrol in opgenomen, maar ook kleinere steden en gemeenten leveren inspanningen. Leefbaarheid en mobiliteit zijn ook onlosmakelijk verbonden met de inrichting van het openbaar domein. Het herinrichten van het openbaar domein vormt immers vaak een kans om bijv. parkeerplaatsen te ontharden en meer bomen en groen te planten.
De eerste beleidsuitdaging voor deze themagroep is BU25 Hoe kan de verkeersveiligheid verhoogd worden? Hoe zorgen we voor meer veiligheid voor schoolgaande kinderen en jongeren? Belangrijke conclusies op basis van informatie is dat het subjectieve veiligheidsgevoel in Nijlen in 2023 hoger lag dan in 2017. Maar daarnaast ook dat er meer gedetailleerde informatie over pijnpunten en gebruikers nodig is en dat veilige schoolfietsroutes meer bekend gemaakt moeten worden. Naar beleidsopties toe is er enerzijds de keuze om het huidige beleid, ingrepen uitvoeren aan de fietsinfrastructuur om de veiligheid te verhogen, verder te zetten. Een samenhorend initiatief is een nauwere samenwerking tussen gemeente en school voor inrichting van veilige fietsinfrastructuur. Scholen dienen ook een sensibiliserende rol naar ouders en kinderen toe op te nemen.
Een specifieke actie voor mobiliteit is BU26 Hoe kan de leefbaarheid van de dorpskernen bewaakt worden? Hoe gaan we de toenemende verkeersdrukte in de kernen tegen? Op basis van informatie blijkt dat veel doorgaand verkeer door Nijlenaars zelf wordt veroorzaakt. Ook is de verkeersdrukte hoog omdat de verbindingswegen door de dorpskernen lopen. Ook de parkeerplaatsen in het centrum van Nijlen ontmoedigen het autogebruik niet. De beleidsoptie die de voorkeur geniet, is het huidige beleid verderzetten. Meer concreet gaat het om een tonnagebeperking, het aanpassen van toegelaten snelheden en monitoring/controle met ANPR-camera's. Deze beleidsoptie kan echter ook niet losgezien worden van ruimtelijke planning, een parkeerbeleid dat parkeren in de kernen ontraadt en het simuleren van nog meer wandelen, fietsen en deelmobiliteit.
BU27 Hoe stimuleren we modal shift, waarbij mensen worden aangemoedigd om over te stappen van particuliere auto's naar milieuvriendelijkere vervoerswijzen en het weren van vrachtverkeer. Hoe vergroten we het draagvlak bij de bevolking hiervoor? is de derde essentiële beleidsuitdaging voor mobiliteit. Op basis van de informatie uit de meest recente LEKP-rapportage blijkt dat er o.a. nog een groot potentieel is voor deelauto’s en – mobiliteit. Als voorkeursoptie wordt hier het (sterker) faciliteren van de modal shift naar voor geschoven. Dit kan a.d.h.v. diverse initiatieven: deelnemen aan/stimuleren van groepsaankopen voor (elektrische) fietsen, inzetten op Hoppin-punten en het stimuleren van deelauto’s.
Hoe kan de verkeersveiligheid verhoogd worden? Hoe zorgen we voor meer veiligheid voor schoolgaande kinderen en jongeren?
|
|
§ We moeten meer gedetailleerde/fijnmazige informatie hebben over pijnpunten en gebruikers § De veilige fietsroutes naar school moeten meer bekend gemaakt worden § De fietsers voelden zich in 2023 wel al veiliger dan in 2017
|
|
|
Nuloptie: Verderzetten van het huidige beleid = ingrepen uitvoeren aan de fietsinfrastructuur om de veiligheid te verhogen en sensibiliseringscampagnes voeren (13) Optie 1: Nauwere samenwerking tussen gemeente en scholen waarbij de gemeente een regierol opneemt (ontwerpen veilige fietsinfrastructuur). De scholen nemen verplicht een sensibiliserende rol op om de veilige routes aan kinderen en ouders te communiceren (15) Optie 2: Het organiseren van vervoer naar de scholen door de gemeente (bijv. schoolbussen) (2) Optie 3: Autoluwe zone in volledig Nijlen/de ruime schoolomgevingen (11) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Op basis van de scores lijken een combinatie van de nuloptie en optie 1 aangewezen. Bij optie 1 is wel de vraag in hoeverre nu al wordt samengewerkt met de scholen (is er bijv. een structureel overleg?). Optie 3 (autoluwe zones) scoort minder goed. Er zijn echter bijv. ook steden en gemeenten die er voor kiezen om de schoolomgeving (uitgebreider dan een schoolstraat) tijdens de “schoolspitsuren” (volledig) vrachtwagen- of autovrij te maken.
|
|
Referenties |
|
Hoe kan de leefbaarheid van de dorpskernen bewaakt worden? Hoe gaan we de toenemende verkeersdrukte in de kernen tegen?
|
|
§ Het doorgaand verkeer wordt in belangrijke mate ook door Nijlenaars zelf veroorzaakt (80% werkt buiten Nijlen) § Omdat de verbindingswegen door de dorpen lopen, is er een grote verkeersdrukte in de dorpskernen § Er ontbreekt info/data over de verkeersdrukte veroorzaakt door fietsers en wandelaars § Er ontbreekt info over de tevredenheidsscores m.b.t. de impact van snelheidscontroles op de leefbaarheid § Er is veel parkeergelegenheid in het centrum wat autogebruik van de eigen inwoners niet ontmoedigt
|
|
|
Nuloptie: Het huidige beleid bestaat uit tonnagebeperking, aanpassen van toegelaten snelheden en monitoring/controle met ANPR-camera's (13) Optie 1: De kern verleggen door handelspanden op andere locaties te vestigen (via vergunningen) (5) Optie 2: De gewestweg verleggen (5) Optie 3: Tolwegen om het doorgaand verkeer te ontmoedigen (10) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Op basis van de scores dient het huidig beleid verdergezet te worden. Vraag is of dat afdoende is om deze beleidsuitdaging aan te gaan. Deze beleidsuitdaging heeft een link met BU23 en BU03 (via ruimtelijke planning sturen op de plaats waar ondernemingen zich vestigen). Via parkeerbeleid en ruimtelijke planning, maar ook het stimuleren van deelmobiliteit om de leefbaarheid van kernen verhogen, lijkt noodzakelijk.
|
|
Referenties |
|
Hoe stimuleren we modal shift, waarbij mensen worden aangemoedigd om over te stappen van particuliere auto's naar milieuvriendelijkere vervoerswijzen en het weren van vrachtverkeer. Hoe vergroten we het draagvlak bij de bevolking hiervoor?
|
|
§ Er is een groot potentieel bij de inwoners om de shift te maken omwille van laag % doorgaand verkeer (er is nood aan een cultuurtransitie) § Er is een imagoprobleem: § Fietsen is gevaarlijk § Openbaar vervoer is niet goed, trager, moeilijker, … § Onvoldoende of onbekende faciliteiten (bijv. Fietsverbindingen) § Nood om zelf het goede voorbeeld te geven als organisatie § Onveiligheid wordt vaak veroorzaakt door geen duidelijke keuzes te maken
|
|
|
Nuloptie: In het huidige beleid wordt ingezet op deelwagens en een tonnagebeperking (voor vrachtverkeer) (13) Optie 1: Particulieren vergoeden om het openbaar vervoer te gebruiken en ook de dienstverlening daarvan verbeteren (7) Optie 2: Autogebruik ontmoedigen door betalend parkeren in te voeren en het circulatieplan aan te passen (6) Optie 3: Faciliteren van de modal shift via diverse initiatieven (via burgerparticipatie):
Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Deze uitdaging heeft een duidelijke link met BU08 (LEKP) i.v.m. deelmobiliteit. Op basis van de huidige stand van zaken van het LEKP is een versnelling noodzakelijk. Ook hier is het belangrijk om waar mogelijk samen te werken of in te stappen op bovenlokale initiatieven.
|
|
Referenties |
|
Ook lokale besturen worden geconfronteerd met een krappe arbeidsmarkt. Omgevingsambtenaren, maar ook technische profielen zijn bijv. moeilijk te vinden. Op het Vlaamse bestuursniveau was er de vorige legislatuur een financiële intensive om te fusioneren en werd het bovenlokale niveau ook verdeeld in referentieregio’s. De nieuwe bestuursperiode op lokaal niveau zal moeten uitwijzen wat de meerwaarde en efficiëntiewinst van de referentieregio’s is. Het spreekt voor zich dat er ook voor het thema lokaal bestuur een aantal essentiële beleidsuitdagingen werden geformuleerd.
De conclusies voor BU19 Voldoende gekwalificeerd personeel aantrekken en houden zijn dat werken in de eigen gemeente, maar ook de unieke omgeving van het lokaal bestuur Nijlen meer onder de aandacht gebracht moeten worden. Ook het optimaal benutten van de nieuwe rechtspositieregeling en het gebruiken van alternatieve manieren om bepaalde functies/taken in te vullen zijn belangrijke vaststellingen. Wat betreft de beleidsopties is het een gegeven dat het om een en-en-verhaal zal moeten gaan. Als eerste moet het selectieproces verduidelijkt en vereenvoudigd worden. Als tweede moet de evolutie in het kader van de regionale rechtpositieregeling opgevolgd en toegepast worden. Ook het profileren van lokaal bestuur Nijlen als duurzame werkgever is een belangrijke beleidsoptie in combinatie met de twee bovenstaande.
Voor BU20 Efficiënt en effectief samenwerken met regionale overheden/initiatieven en hogere overheden is de conclusie dat niet alle samenwerkingsverbanden binnen de referentieregio zijn opgenomen. Het aantal samenwerkingsverbanden blijft dan ook onoverzichtelijk. Daarom moet per samenwerkingsverband telkens afgewogen worden wat de effectieve meerwaarde is. De referentieregio is voor bovenlokale samenwerking ook zoveel mogelijk de richtinggevende gebiedsafbakening al is er geen éénduidige oplossing (bijv. Rivierenland/IOK)
In functie van de draagkracht en capaciteit van het lokaal bestuur Nijlen is er ook BU21 Hoe sterker regionaal samenwerken. Gebaseerd op de 12 aanbevelingen uit de regionale inspiratienota voor het Rivierenland is dé vaststelling dat schaalvergroting noodzakelijk is. In eerste instantie moet dat gebeuren door deel te nemen aan regionale initiatieven om de dienstverlening (bijv. technologie en data) en bestuurskracht (bijv. regionale talentenpool) te versterken.
Voldoende gekwalificeerd personeel aantrekken en houden
|
|
§ Een duurzaam personeelsbeleid is belangrijk § We moeten werken in de eigen gemeente (nog) meer in "de markt" zetten § We moeten ons als werkgever ook duidelijk differentiëren tegenover andere lokale besturen (Waarom kiezen voor Nijlen en niet voor een ander lokaal bestuur?) § We moeten de mogelijkheden van de nieuwe RPR gebruiken om onze concurrentiepositie op de arbeidsmarkt te versterken § We moeten alternatieve manieren toepassen en blijven zoeken om zeldzame en kritieke functies in te vullen (samenwerking met andere lokale besturen, samenwerking met bureaus voor specifieke profielen, …)
|
|
|
Nuloptie: Het personeelsbeleid blijft behouden zoals het nu is (1) Optie 1: Inzetten op employer branding, ons profileren als duurzame werkgever (=communicatie) (15) Optie 2: Het selectieproces verduidelijken, faciliteren, professionaliseren en vereenvoudigen (16) Optie 3: In het kader van de nieuwe RPR het ingezet regionaal proces verder volgen en elkaar niet beconcurreren (14) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Optie 1, 2 en 3 scoren hoog. Het aantrekken en houden van gekwalificeerd personeel zal een en-en-verhaal zijn.
|
|
Referenties |
|
Efficiënt en effectief samenwerken met regionale overheden/initiatieven en hogere overheden (participatie samenwerkingsverbanden)
|
|
§ Optimale afstemming i.f.v. de referentieregio is noodzakelijk (nog niet alle samenwerkingsverbanden zitten in de referentieregio) § Het aantal samenwerkingsverbanden zorgt voor chaos. Er is overlap en het is onoverzichtelijk
|
|
|
Nuloptie: We behouden de huidige samenwerkingsverbanden en houden ons niet bezig met mogelijke optimalisatie (8) Optie 1: We blijven ad hoc kijken waar de samenwerkingsverbanden effectief een meerwaarde zijn (13) Optie 2: We sluiten voor alles aan bij de referentieregio (7) Optie 3: We sluiten aan bij platformen en het beleid dat is ontwikkeld door hogere overheden (14) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
De voorkeursoptie is optie 3. Uit de gekozen opties komt echter niet naar voor dat de samenwerkingsverbanden kritisch onder de loep genomen zullen worden. Aansluiten voor alles bij referentieregio is een optie die laag scoort. Het verminderen en optimaliseren van de samenwerkingsverbanden is echter noodzakelijk.
|
|
Referenties |
|
Hoe sterker regionaal samenwerken?
|
|
§ Schaalvergroting is noodzakelijk (het debat moet geopend worden) § Het is geen evidentie, er is geen éénduidige oplossing (bijv. Rivieren-land/IOK)
|
|
|
Nuloptie: We laten het fusiedebat op ons afkomen en reageren reactief (8) Optie 1: Deelnemen aan regionale initiatieven om de dienstverlening te versterken (kennis, expertise, …) (17) Optie 2: Bekijken of een fusie een mogelijke opportuniteit is (15) Optie 3: Ruimtelijke realisaties worden gebaseerd op een regionale visie (13) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Optie 2 i.v.m. een fusie scoort ook hoog. Het maken van een voorbereidende analyse is hier aan te raden.
|
|
Referenties |
|
C.1.5 Zorg, gezondheid en wonen
Gezien de demografische evolutie, de technologische vooruitgang en de krapte op de arbeidsmarkt blijft (betaalbare) zorg ook deze legislatuur een grote uitdaging. Onlosmakelijk verbonden met betaalbare zorg, maar ook met gezondheid is aangepast en betaalbaar wonen. Burgers kloppen niet zelden met vragen of verwachtingen aan bij het meest nabije bestuursniveau, het lokaal bestuur. Omdat welzijn, gezondheidszorg en wonen beleidsdomeinen waarvoor beleid grotendeels door andere overheden of organisaties wordt beslist of uitgevoerd moet het een continu aandachtspunt zijn om af te wegen of het lokaal bestuur een rol moet spelen en zo ja of dat dan als regisseur en/of actor is.
De kansarmoedeindex steeg de voorbije 10 jaar van 2 naar 6%. De hulpvragen die verband houden met armoede kennen een stijgende complexiteit en hebben vaak betrekking op meerdere levensdomeinen. Om de beleidsuitdaging BU02 Afname mentaal welbevinden= sociaal- emotionele draagkracht van de burger daalt aan te gaan, is een beleid met verschillende aspecten nodig. Als eerste is een intense samenwerking met de woonmaatschappij nodig om o.a. het bindend sociaal objectief (BSO) te behalen. Daarnaast is de bestendiging van de huidige samenwerkingsverbanden en verdere uitbouw op regionaal niveau rond activering noodzakelijk. Ook de optie om de dienst Wonen uit te breiden met een woonbegeleider moet in overweging genomen worden.
BU52 Zorg is kwalitatief en toegankelijk voor iedereen en BU49 Hoe mensen voldoende ondersteunen in het langer alleen thuis blijven wonen? Hoe zorgen we ervoor dat elke zorgbehoevende de geschikte poetshulp kan krijgen van zodra dit nodig is? gaan in hoofdzaak over thuiszorg. Uit cijfers en evoluties zijn de belangrijkste conclusies dat de vergrijzing toeneemt, dat de zorgvraag vaak complex (combinatie van zorgvragen) is en dat mantelzorgers soms onder druk staat doordat ze o.a. ook werkgerelateerde verplichtingen hebben. De beleidsoptie die hier de voorkeur geniet, is het versterken van de rol van het lokaal bestuur Nijlen als toegankelijke en kwaliteitsvolle actor binnen de thuiszorg met specifieke aandacht voor kwetsbare doelgroepen. Daarmee samenhangend dient ook ingezet te worden op de logistieke en financiële ondersteuning en samenwerking met partners (bijv. FERM). Ook burgers moeten verdere administratieve (aanvraag zorgbudget bijv.) en financiële (bijv. mantelzorgtoelage) ondersteuning krijgen.
Een andere groep die nood heeft aan zorg of opvang zijn baby’s en peuters. BU51 De capaciteit van de kinderopvang voor 0-3-jarigen is te klein. Hoe zorgen we dat iedereen gebruik kan maken van kwalitatieve kinderopvang? Hoe integreren we de buitenschoolse activiteiten in de kinderopvang? gaat daarover. Belangrijke vaststellingen op basis van cijfers zijn dat zowel voor de opvang van baby’s en peuters als voor de buitenschoolse kinderopvang de vraag groter is dan het aanbod. De nood aan voldoende opvangplaatsen is ook een bovenlokaal probleem en niet specifiek voor Nijlen. De voorkeursoptie die hier naar voorgeschoven wordt is om de huidige werking voor beide doelgroepen te behouden. Enerzijds het aanbod buitenschoolse kinderopvang, anderzijds de werking via het (centrale) Lokaal Loket Kinderopvang. Belangrijke wijziging die er voor de buitenschoolse kinderopvang aankomt is de invoering van het BOA-decreet tegen 2026. In dat verband dient lokaal bestuur Nijlen een visie en plan klaar te hebben om samen te werken met aanbieders van vrijetijdsactiviteiten en de integratie ervan in de buitenschoolse kinderopvang.
De aankoopprijzen voor woningen en appartementen zijn ook in Nijlen de vorige legislatuur enorm gestegen. Demografisch is er ook het gegeven dat het aantal singles tegen 2040 zal stijgen hetgeen ook invloed heeft op de woningnood. De beleidsuitdaging hier is dan ook BU49 Hoe kunnen wonen betaalbaar houden voor alle doelgroepen (jonge gezinnen, singles, senioren...) Belangrijkste conclusie voor het lokaal bestuur is dat er nood is aan alternatieve woonvormen en financieringsmodellen (bijv. kangoeroewonen, coöperaties, …). Voorstel van beleidsoptie hier is om als lokaal bestuur burgers te sensibiliseren en informeren over nieuwe financieringsmodellen en het oprichten van een wooncoöperatie te stimuleren (waar mogelijk in samenwerking met andere lokale besturen en partners).
Ook de nood voor inwoners voor wie de private huur- of koopmarkt geen optie is, blijft hoog. “BU46 Er is nood aan voldoende betaalbare sociale woningen (huur of koop) die ook geschikt zijn voor de meest kwetsbare groepen en voldoen aan de normen inzake duurzaamheid en kwaliteit” is daarom de 2de essentiële beleidsuitdaging over wonen. De belangrijkste conclusies is dat er meer ingezet moet worden op sociaal huren en kopen. Daarom is het nodig om in deze beleidsperiode binnen Woonschakel harder te regisseren inzake de realisatie van sociale woningen.
Afname mentaal welbevinden= sociaal- emotionele draagkracht van de burger daalt. Beperktere terugval op sociale context en toenemende psychische problemen
|
|
§ Team hulpverlening stelt vast dat de hulpvragen van de cliënt zich op meerdere levensdomeinen bevinden en in complexiteit toenemen. § 20% van de Belgische bevolking loopt het risico op armoede of sociale uitsluiting. Dit is het percentage personen die leven met een armoederisico en/of in ernstige materiële en sociale deprivatie en/of in een huishouden met een zeer lage werkintensiteit. § De kansarmoedeindex steeg de afgelopen 10 jaar van 2% naar 6% in Nijlen. Vooral de criteria arbeid (75.7%) , inkomen (67.6%), opleiding (75.7%) en huisvesting (89.2%) worden het meest als onvoldoende beschouwd te worden.
|
|
|
Nuloptie: Het huidige beleid verderzetten zonder veranderingen Optie 1: Intense samenwerking met de woonmaatschappij om het bestand alsook de kwaliteit aan sociale woningen te verhogen. Hierbij kan het gaan om nieuwe projecten, maar eveneens renovatie van bestaande woningen. Met als prioriteit het behalen van het BSO. Optie 2: De huidige samenwerkingsverbanden rond activering bestendigen en verder uitbouwen op regionaal niveau. Maar ook de uitbreiding van de lokale dienst arbeidstrajectbegeleiding. Optie 3: Uitbreiding dienst 'wonen' met een woonbegeleider. Optie 4: / |
|
|
/
|
|
|
We herhalen hier dat de armoedeproblematiek in Nijlen relatief gezien minder groot is dan bijv. de referentieregio. Zet hier dus in tot verhouding van de omvang van de uitdaging. Relevant hier is ook wat de toekomstige beleidsinitiatieven zullen zijn om de grote groep langdurig zieken te activeren. Wat zal de rol van het lokaal bestuur hierin zijn? Ook bij optie 3 is er de vraag of de problematiek voor wonen in Nijlen van dien aard is dat er een extra personeelslid aangeworven moet worden. Is samenwerking op regionale schaal hier bijv. een optie?
|
|
Referenties |
|
Er is nood aan voldoende betaalbare sociale woningen (huur of koop) die ook geschikt zijn voor de meest kwetsbare groepen en voldoen aan de normen inzake duurzaamheid en kwaliteit
|
|
§ BSO-realisatie: nog 59 woningen te realiseren tegen 2025 § Er moet ingezet worden op sociale huurwoningen (op basis van wat er gerealiseerd en gepland is, zullen er voldoende sociale koopwoningen zijn) § Er is te weinig informatie over de staat en energiezuinigheid van sociale woningen. Te weinig informatie over het type sociale woning dat kandidaat-huurders nodig hebben § Het aantal inwoners en de nood aan het aantal wooneenheden zal de komende jaren (zie projectie naar 2040) stijgen. Wellicht zal ook de vraag naar sociale huisvesting stijgen § Naast de uitdagingen op de sociale huurmarkt moeten ook de uitdagingen op de private huurmarkt aangepakt worden. Ook de kansen moeten in kaart gebracht worden
|
|
|
Nuloptie: Er wordt samengewerkt met Woonschakel inzake sociale huisvesting (sociale koopwoning, huurwoning en verhuur via sociaal verhuurkantoor). Woonschakel neemt een regie- en actorrol op (10) Optie 1: We regisseren harder binnen Woonschakel om hun doelstellingen inzake sociale woningen te realiseren (ook inzake onderbezetting van woningen en huurprijzen) (14) Optie 2: Woningeigenaars die sociaal willen verhuren financieel ondersteunen bij renovatie (voorwaarde is ook dat ze x aantal jaar sociaal verhuren) (8) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Het harder inzetten op regisseren/sturen binnen Woonschakel vereist dat er binnen lokaal bestuur Nijlen een (politieke) consensus is over de acties die Woonschakel moet ondernemen.
|
|
Referenties |
|
Hoe kunnen wonen betaalbaar houden voor alle doelgroepen (jonge gezinnen, singles, senioren...)
|
|
§ Er is nood aan andere woonvormen en financieringsmodellen (bijv. Kangoeroewoningen, coöperaties, …) § Er is nood aan betaalbare kwalitatieve huur- en koopwoningen
|
|
|
Nuloptie: De rol binnen Woonschakel verder opnemen voor sociaal kopen en huren en voor het overige een beperkte rol spelen (9) Optie 1: Burgers sensibiliseren over nieuwe woonvormen (bijv. Coöperatie) (13) Optie 2: Burgers sensibiliseren/informeren over nieuwe financierings-modellen (bijv. Coöperatie) en als lokaal bestuur bijv. Zo'n coöperatie als proefproject oprichten (14,5) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Kijk hier zeker naar voorbeelden bij andere gemeenten, zowel in het binnen- als buitenland. Intergemeentelijk samenwerking lijkt hier ook aangewezen.
|
|
Referenties |
|
Hoe mensen voldoende ondersteunen in het langer alleen thuis blijven wonen? Hoe zorgen we ervoor dat elke zorgbehoevende de geschikte poetshulp kan krijgen van zodra dit nodig is?
|
|
§ Mantelzorg daalt sterk terwijl de bevolking vergrijst § Te weinig cijfers over wachttijden terwijl dit een belangrijke indicator is § Het zorgdecreet en de uitvoering ervan stuur erop aan dat mensen langer thuis moeten blijven wonen § Veroudering van de bevolking die thuis woont zorgt voor verhoogde zorgnoden § Dit is niet specifiek voor Nijlen
|
|
|
Nuloptie: De eigen werking behouden: thuiszorg, samenwerking met FERM, mantelzorgtoelage behouden en de ondersteuning van de sociale dienst (bijv. aanvragen zorgbudget enz.) (15) Optie 1: - Mantelzorgers ondersteunen op verschillende vlakken (o.a. toelage verhogen) - Dagopvang voor ouderen organiseren (als gemeente of via partners) (10) Optie 2: Aanvullende thuiszorg terug uitbreiden (8) Optie 3: Uitbreiding van zorgkrediet door Vlaamse Overheid (8) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
/
|
|
Referenties |
|
De capaciteit van de kinderopvang voor 0-3-jarigen is te klein. Hoe zorgen we dat iedereen gebruik kan maken van kwalitatieve kinderopvang? Hoe integreren we de buitenschoolse activiteiten in de kinderopvang?
|
|
§ Het is een bovenlokaal probleem. Er moeten op Vlaams niveau prioriteiten gesteld worden § De vraag is groter dan het aanbod zowel voor de bko als voor de opvang voor baby's en peuters § De puzzel voor tweeverdieners zal alleen maar groter worden (een hoog tewerkstellingspercentage zorgt ook voor een grote nood) § De aanvragen via het lokaal loket kinderopvang stijgen mede door de bekendmaking van het loket, maar de stijging is ook een maatschappelijk gegeven
|
|
|
Nuloptie: Huidige werking behouden: Lokaal Loket Kinderopvang, BKO 3-12-jarigen, Lokaal Overlegplatform Kinderopvang (LOK) (16) Optie 1: - Vanuit gemeente zelf opvang voor 0-3-jarigen aanbieden of (een) pande(n) ter beschikking stellen voor partners (9) Optie 2: Extra personeel voor de BKO aanwerven of externe speler aantrekken om het tekort op te vangen (11) Optie 3: Faciliteren van vrijetijdsactiviteiten in de kinderopvang, samenwerking aangaan met aanbieders (13) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Hier wordt gekozen om het huidige beleid verder te zetten. Belangrijke bedenking is wel wat de impact van het BOA-decreet zal zijn. In dat opzicht is optie 3 ook belangrijk. Sowieso wordt de impact van het BOA-decreet best projectmatig aangepakt. Voor de eventuele tekorten (en de rol die het lokaal bestuur hierin moet spelen) werd geen beleidsoptie naar voor geschoven. Het is aangewezen om te kijken welke rol het lokaal bestuur hier al dan niet in moet spelen.
|
|
Referenties |
|
Zorg is kwalitatief en toegankelijk voor iedereen.
|
|
§ vergrijzing § wijzigende wetgeving die sterk inzet op langer thuis blijven wonen § complexiteit van de zorg, toename mensen met dementie (die langer mogen thuisblijven), meer alleenstaande, meer mensen met psychische problematiek (lange wachtlijsten voor begeleiding) § meer tweeverdieners waardoor inkomensgerelateerde bijdrage voor zorg financieel zwaar doorweegt op budget. Hierdoor wordt gekozen voor beperktere zorg in uren en taken (bv via dienstencheques) § mogelijke mantelzorgers kunnen omwille van professionele verplichtingen minder zorg opnemen dan ze zelf willen
|
|
|
Nuloptie: thuiszorg in Nijlen blijft georganiseerd zoals het nu wordt georganiseerd Optie 1: we versterken onze rol als toegankelijke en kwaliteitsvolle actor binnen de thuiszorg, zeker voor de meest kwetsbare doelgroepen Optie 2: we versterken onze rol als toegankelijke en kwaliteitsvolle actor binnen de thuiszorg, zeker voor de meest kwetsbare doelgroepen en ondersteunen andere aanbieders (financieel, logistiek) en versterken onze samenwerking (bv met LDC) Optie 3: we versterken onze rol als toegankelijke en kwaliteitsvolle actor binnen de thuiszorg, zeker voor de meest kwetsbare doelgroepen en regisseren het werkveld zodat het aanbod tegemoet komt aan de behoefte Optie 4: /
|
|
|
We zijn de meest geschikte actor in het werkveld om een sterke rol op te nemen naar de kwetsbare doelgroepen, omwille van het hulpverleningsaanbod binnen een lokaal bestuur gezien de complexiteit van de beleidsuitdaging is verder uitbouw
|
|
|
Bij de gekozen optie (2) zal het essentieel zijn om de financiële en logistieke ondersteuning zeer goed te definiëren. Regionale samenwerking is hier ook aan te bevelen.
|
|
Referenties |
|
C.2 Beleidsuitdagingen met hoge en gemiddelde impact
C.2.1 Armoede (hoge en gemiddelde impact)
Verdoken armoede: Hoe kunnen we organisatiebreed aandacht hebben voor deze blinde vlek.
|
|
1/10 Vlamingen en 14% van de Vlaamse kinderen leeft in armoede. Deze burgers staan lang niet allemaal op de radar van (hulpverlenings)organisaties. Willen we armoede echt aanpakken dan moet er ook aandacht zijn voor wat verborgen blijft. Armoede bevindt zich op verschillende dimensies en kan zich binnen verschillende levensdomeinen situeren. (Netwerk Armoede en ATD Vierde Wereld)
|
|
|
Nuloptie: Het huidige beleid verderzetten zonder veranderingen Optie 1: Organisatiebreed aandacht voor dit thema en deze doelgroep. In al onze hulp-, dienstverlening en communicatie dienen we de 'armoedebril' op te zetten. Dit om zoveel mogelijk burgers te bereiken. Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
Enkel door de armoedebril organisatiebreed op te zetten, kunnen we de blinde vlek van personen in armoede verkleinen.
|
|
|
De armoedeproblematiek is in Nijlen relatief gezien beperkt. Dat neemt niet weg dat een “organisatiebrede” alertheid voor de uitdaging positief is.
|
|
Referenties |
|
C.2.2 Economie (hoge en gemiddelde impact)
Hoe trekken we nieuwe, startende ondernemers aan?
|
|
§ Enkel een geïntegreerde aanpak werkt (=complex) § Ondernemers zijn een heel diverse groep § In een dorp is het netwerk belangrijk § De kwaliteit van de publieke ruimte is belangrijk voor de beleving § Wat is de ambitie en wat is de rol van de gemeente? Vraag die beantwoord moet worden? § Nijlen is een relatief klein bestuur dus het uitwerken van een uitgebreid beleid voor ondernemers is niet evident § Als lokaal bestuur moeten we de regelgeving voor ondernemingen vereenvoudigen, eenvoudig houden en waar nodig ondersteunen bij het doorlopen van procedures § Als lokaal bestuur moeten we ontmoeting tussen ondernemingen en lokaal bestuur faciliteren § De samenwerking tussen de middelbare scholen en ondernemingen moet structureel gefaciliteerd worden
|
|
|
Nuloptie: - Lokaal bestuur Nijlen verschaft informatie en vervult een doorverwijsfunctie naar andere interessante actoren (bijv. Voka)
Optie 1: Via ruimtelijke planning en subsidiëring kunnen bepaalde types ondernemingen in geselecteerde zones aangetrokken worden (hier moet ook rekening gehouden worden met een multifunctionele invulling en het toewerken naar de "15 minutenstad/-gemeente") (15) Optie 2: De samenwerking met technische scholen versterken met als doel het aantal ondernemingen te laten stijgen. Bijv. in samenwerking met technische scholen "proof of concept" (technische) ondernemingen oprichten (13) Optie 3: / Optie 4: / § |
|
|
/
|
|
|
De scores van de nuloptie, optie 1 en 2 zijn ongeveer even hoog. Het behouden van het huidige beleid is vanzelfsprekend. Optie 2 (samenwerking met scholen) kan ondernemerschap in de gemeente stimuleren. Dit kan allicht geïntegreerd worden in bestaande initiatieven van de scholen. Via optie 1 kan gestuurd worden op de “bundeling” (bijv. verkooppunten dagelijkse producten) van ondernemingen wat een versterkend effect kan hebben. Het is hier aan te raden om bijv. met een proefproject te starten en ook naar goede voorbeelden van andere gemeente te kijken. Hier is ook een duidelijk link met de beleidsuitdagingen over de buurtgerichte werking.
|
|
Referenties |
|
Duurzame lokale landbouwbedrijven. Hoe zorgen we lokaal voor een goede combinatie van landbouwbedrijven en natuur. Rechtszekerheid en rendabiliteit gecombineerd met duurzame werkwijze.
|
|
§ Uit het landbouwrapport (https://provincies.incijfers.be/dashboard/dashboard/landbouw) blijkt dat het aantal landbouwbedrijven in Nijlen vrij stabiel is gebleven. De gebruikte oppervlakte is tot 2012 gestegen, maar neemt licht af sindsdien. § Grote delen van de landbouwsector hebben rendabiliteitsproblemen. Er is ook een mogelijk spanningsveld tussen natuurherstel en landbouw. Als de gemeente wil inzetten op herwaardering van natuur en bossen wil verbinden, is het aangewezen een visie uit te werken die kan begeleiden naar een evenwichtige indeling van intensieve en extensieve landbouw, rekening houdende met de ruimte voor natuur en met tegelijk economisch rendabel model. § Er zijn al een aantal landbouwbedrijven die inzetten op korte keten. Mogelijk kan dit beter in kaart worden gebracht en kan er nog verder onderzocht worden welk potentieel er is om dit te vergroten, aangezien het kan leiden tot een meer rendabele lokale landbouw binnen ecologische grenzen.
|
|
|
Nuloptie: We laten landbouwbedrijven zelf zich afstemmen tegenover de bovenlokale regelgevingen en zelf toewerken naar een rendabel bedrijfsmodel. Optie 1: We bevragen de landbouwbedrijven en zullen waar nodig faciliteren in hun keuzes. Natuurherstel wordt beperkt om geen restricties voor landbouw te creëren. Optie 2: We bevragen de landbouwbedrijven en werken actief mee aan een lokale landbouw/voedselvisie en strategie in de gemeente. Daarnaast werken we ook aan een visie op natuur en omgeving, zodat beide op elkaar afgestemd kunnen worden. Optie 3: We bevragen de landbouwbedrijven en werken actief een lokale landbouw/voedselvisie en strategie uit. Daarnaast werken we aan een visie op natuur en omgeving die mogelijk gevolgen zal hebben voor de mogelijke landbouwactiviteiten. Optie 4: /
|
|
|
Deze optie biedt de meeste kans om een economisch en ecologisch rendabele toekomstvisie uit te werken voor landbouwbedrijven. Deze optie geeft ook de kans om toekomstig natuur- en landschapsherstel uit te zetten over langere termijn.
|
|
|
/
|
|
Referenties |
|
C.2.3 Klimaat, milieu en natuur (hoge en gemiddelde impact)
Elektrificatie wagenpark: opvolgen, faciliteren en ruimtelijk begeleiden
|
|
§ Het aantal publieke laadpunten in Nijlen ligt ver onder het gemiddelde van de regio § Er is nog marge op het elektriciteitsnet voor bijkomende afname van elektriciteit via laadpalen § Omwille van premies en fiscale maatregelen zal het aantal elektrische wagens in de toekomst stijgen en moet het aanbod aanlaadplan volgen
|
|
|
Nuloptie: Het Vlaams premiestelsel en de Vlaamse laadpaalstrategie wordt gevolgd (14) Optie 1: We voeren een lage emissiezone in in Nijlen (2) Optie 2: Het eigen wagenpark elektrificeren (11) Optie 3: Streven naar minder wagens en meer deelwagens stimuleren (15) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Sowieso zal de nuloptie hier verder gevolgd moeten worden. De voorkeursoptie (2) sluit aan bij het meer leefbaar maken (BU23) van de kernen en het LEKP (BU08) en is daar beter geplaatst als beleidsoptie.
|
|
Referenties |
|
De relatie met de burger onderhouden en verbeteren
|
|
§ We beschikken niet over voldoende en representatieve info om juiste conclusies te trekken § Tevredenheid digitale dienstverlening is te laag t.o.v. de eigen ambitie § We hebben nood aan info/meting per digitaal profiel en per type dienstverlening § Er is een overaanbod aan informatie en de snelheid van wijzigingen is groot § Er is een groeiende bereidheid om mee te praten over hoe Nijlen bestuurd wordt/hoe zaken georganiseerd moeten worden. De huidige manier van participatie is ontoereikend. § We moeten onze huidige communicatie en communicatiekanalen evalueren bijsturen zodat de tevredenheid over de communicatie stijgt § We moeten initiatieven nemen om de burgers voldoende te informeren én opvolgen of burgers zich beter geïnformeerd voelen § We moeten blijven inzetten op het verbeteren en bekend maken van de digitale dienstverlening
|
|
|
Nuloptie: - De huidige inspanningen inzake communicatie behouden en geen extra inspanningen doen - Het verderzetten van de kanalenstrategie - Verder werken met de huidige visie en die niet verbeteren of aanpassen (6) Optie 1: Structureel data opvolgen over klantentevredenheid (communicatie, dienstverlening en participatie) en waar nodig bijsturen (12) Optie 2: Communicatie en dienstverlening afstemmen op profielen/types van burgers (rapport Studio Dott) (15) Optie 3: We focussen ons op meer gerichte participatie en professionalisering van participatie door intern de kennis op te bouwen (5) Optie 4: / § |
|
/
|
|
|
|
|
|
|
Er is een rapport om communicatie en dienstverlening af te stemmen op verschillende types burgers. Hier kunnen dus acties voor geformuleerd worden. Qua verbeteren van de relatie met de burger verwijzen we hier ook naar de uitdaging rond het buurtgericht werken. Door integraal te werken voor en met een buurt zal de relatie verbeteren. Optie 3 (i.v.m. participatie) die minder hoog scoort zal daar deel van uitmaken.
|
|
Referenties |
|
C.2.4 Lokaal bestuur (hoge en gemiddelde impact)
Hoe gebiedsgericht werken als lokaal bestuur?
|
|
§ Gebiedsgericht werken biedt veel voordelen door het combineren van expertises § Er is nood aan een actuele inventaris/overzicht van wie aan welke projecten/acties werkt voor welke doelstellingen § De huidige organisatiestructuur en -cultuur is niet afgestemd op dienstoverschrijdende samenwerking § Er is momenteel geen data op wijkniveau § Er moet gedefinieerd worden wat een wijk of gebied is
|
|
|
Nuloptie: / Optie 1: / Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Deze beleidsuitdaging werd niet opgenomen in de laatste workshop en zal nog behandeld worden door de deelnemers van de workshop over gebiedsgerichte werking. Het verslag van de workshop over gebiedsgerichte werking is in de bijlagen toegevoegd.
|
|
Referenties |
|
Zorgen dat de dienstverlening up-to-date en toegankelijk is, ook met specifieke focus op e-inclusie
|
|
§ Er is een hoge en stabiele tevredenheid over de loketvoorzieningen. Dat ondanks de veranderingen de laatste jaren (Blijven inzetten op face-to-face contacten is dus belangrijk) § De tevredenheid over de communicatie van het lokaal bestuur en burgers die zich voldoende geïnformeerd voelden bleef in 2023 nagenoeg gelijk t.o.v. 2020 § De tevredenheid over digitale dienstverlening ligt lager dan die aan het loket en t.o.v. de referentieregio § 1 op 4 had in 2023 geen mening over de tevredenheid over digitale dienstverlening § 1 op 8 komt naar het gemeentehuis voor producten die online aangevraagd kunnen worden § Producten moeten zowel via het loket als online aangeboden blijven worden
|
|
|
Nuloptie: De huidige dienstverlening en toepassingen worden enkel aangepast wanneer ze wettelijk verplicht zijn of er (grote) klachten zijn) (6) Optie 1: Inzetten op de ondersteuning van burgers op het vlak van digitale vaardigheden (="digital empowerment") (10) Optie 2: De gemeentelijke website gebruiksvriendelijk(er) en toegankelijk(er) maken (eventueel ook app of andere toepassingen) (13) Optie 3: Inzetten op face-to-facecontacten, maatwerk, naar de burger toestappen (9) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Deze uitdaging heeft een duidelijk link met BU31. De aanvulling is hier ook dezelfde. Aandachtspunt is wel om ook te blijven inzetten op fysieke dienstverlening aangezien er altijd een deel van de bevolking niet volledig mee zal zijn (zie ook cijfers bij BU31).
|
|
Referenties |
|
Digitaliseren van dienstverlening en werking op een kwalitatieve en veilige manier.
|
|
§ Hogere overheden digitaliseren hun dienstverlening met impact op het lokaal bestuur. § Digitale ontwikkelingen evolueren steeds sneller en het aanbod wordt steeds ruimer. Verwachtingen van onze burger evolueren ook mee. § De digitale kloof vergroot, een deel van onze burgers/medewerkers is digitaal niet mee. Er is een ruim aanbod om de kloof te verkleinen. § Cybercriminaliteit neemt toe, burgers verwachten een hoge expertise hierin van hun lokaal bestuur. Deze is niet altijd goed en voldoende aanwezig bij onze medewerkers.
|
|
|
Nuloptie: We laten de digitalisering verder op ons afkomen en werken reactief. Optie 1: We bepalen een beperkt aantal ontwikkelingen en voeren deze uit. Daarnaast zijn er acties rond e-inclusie en cyberveiligheid echter deze staan niet in verband met elkaar. Optie 2: We werken projectmatig rond digitalisering waarbij e-inclusie en cyberveiligheid geïntegreerd zijn. Optie 3: Digitalisering wordt ingebouwd in onze werking en onze processen. Optie 4: We digitaliseren onze processen en dienstverlening op basis van een visie 'Iedereen digitaal' en strategische keuzes.
|
|
|
Digitaliseren zonder visie is niet efficiënt en doelgericht. Digitaliseren zonder visie zorgt voor een onduidelijke digitale dienstverlening voor burger en medewerker en bestendigt de digitale kloof. Het niet maken van strategische keuzes o.b.v. een visie of
|
|
|
Neem bij deze uitdaging ook zeker optie 2 (projectmatig werken) mee. Scope, stakeholders, planning en bijsturen waar nodig zijn essentieel voor succesvolle digitaliseringstrajecten Werk waar mogelijk samen met andere lokale besturen (bijv. LB 365) of partners om digitale trajecten te ontwikkelen of te laten landen.
|
|
Referenties |
|
Hoe omgaan met anderstalige inwoners? (=bredere vraag dan OKAN-klassen)
|
|
§ De diversiteit naar herkomst is de afgelopen decennia toegenomen in België: § Het aandeel van de Belgen met Belgische achtergrond is afgenomen van 80,5% in 2003 naar 72,7% in 2013 en 65,5% in 2023. § Het aandeel Belgen met een buitenlandse achtergrond steeg
|
|
|
Nuloptie: Het huidige beleid verderzetten zonder veranderingen Optie 1: Een organisatiebrede kijk en aanpak zijn vereist. Visie uitwerken rond en tools aanreiken aan onze medewerkers om de anderstalige burger een kwalitatieve dienstverlening aan te bieden + te betrekken bij de initiatieven die leven binnen onze gemeente Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
|
|
|
Deze uitdaging is in vergelijking met bijv. de referentieregio relatief voor Nijlen. Zet hier middelen en mensen in in verhouding tot de omvang van de uitdaging (zeker bij het ontwikkelen van eventuele tools).
|
|
Referenties |
|
Hoe gaan we om met een meer multiculturele samenleving
|
|
zie beleidsuitdaging 29
|
|
|
Nuloptie: Het huidige beleid verderzetten zonder veranderingen Optie 1: Als lokaal bestuur hebben we een voorbeeldfunctie in het omgaan met multiculturaliteit. Zodoende kunnen we onze burgers stimuleren om zich hiervoor open te stellen. Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
Op dit moment zijn er al enkele initiatieven: praatcafé voor anderstaligen, taalpunt bib, team hulpverlening, werkgroep e-inclusie, Buurtpunt
|
|
|
Hier wordt verwezen naar BU29 i.v.m. anderstalige inwoners
|
|
Referenties |
|
(moeder)taalgebruik van burgers / anderstaligheid
|
|
Zie BU 29 en BU 37
|
|
|
Nuloptie: Zie BU 29 en BU 37 Optie 1: Zie BU 29 en BU 37 Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Zie BU 29 i.v.m. anderstaligheid
|
|
Referenties |
|
C.2.5 Mobiliteit (hoge en gemiddelde impact)
Hoe kunnen we een parkeerbeleid ontwikkelen dat de beschikbare ruimte in de kernen effectief herstructureert en teruggeeft aan de inwoners?
|
|
§ Dit is geen typisch verhaal voor Nijlen alleen § Er is nood aan cijfers i.v.m. types verplaatsing en de tijdsbesteding van gebruikers § We weten niet hoeveel parkeerplaatsen we hebben in elke kern § Parkeerbeleid staat niet op zich, het hangt ook samen met het creëren van randvoorwaarden (bijv. veilige fietsinfrastructuur) § Er is nood aan een dynamisch parkeerbeleid § Er moet meer ingezet worden op deelsystemen § Implementeer verschillende parkeerzones met aangepaste regels en tarieven § Bekijk of parkeerplaatsen heringericht kunnen worden in groene ruimte (ontmoetingsplaats, speelterrein, beplanting, …) § Breng noden van de stakeholders in kaart (en/of) haal ze uit het mobiliteitsplan § Stimuleer en ondersteun (ook door inrichting publiek domein) alternatieve vervoersopties (deelauto's, fietsen, carpoolen, …)
|
|
|
Nuloptie: Het volgen van het mobiliteitsplan (blauwe zones, kortparkeren en beheersen van de huidige parkeerplaatsen) (13) Optie 1: Inzetten op alternatieve vervoersmiddelen zodat minder parkeerplaatsen nodig zijn voor voertuigen. De gewonnen ruimte wordt terug ingevuld met groen. Er komt ook extra fietsinfrastructuur en fietsenstallingen (16) Optie 2: Ontmoedigen van parkeren in de kernen en aanmoedigen van parkeren buiten de kernen (betalend parkeren binnen de kernen en gratis buiten de kernen) (10) Optie 3: Meer gebundelde betalende parkeerpleinen creëren (0) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Optie 2 en 3 scoorden hier laag. Voorbeelden uit andere steden en gemeenten tonen wel aan dat differentiatie in tarieven en parkeren buiten de kernen sturende elementen zijn die de leefbaarheid verhogen.
|
|
Referenties |
|
C.2.6 Onderwijs en vorming (hoge en gemiddelde impact)
Bereik Nijlense scholen voor Nijlense jongeren?
|
|
§ Er is een lichte stijging van de instroom en een lichte daling van de uitstroom. Dat is ok. § Twee secundaire scholen is een ruim aanbod voor een dorp/relatief kleine gemeente
|
|
|
Nuloptie: We behouden het onderwijsbeleid zoals het is (met geplande uitbreidingen) en het huidige aanbod (9) Optie 1: / Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Het huidige beleid wordt verdergezet.
|
|
Referenties |
|
C.2.7 Ruimte (hoge en gemiddelde impact)
De gemeente dient een rol te spelen in haar kernversterking door actief in te zetten op aankoop en verkoop en ontwikkeling van strategisch gelegen gronden
|
|
§ Strategische locaties moeten in kaart gebracht worden op basis van criteria § Er is onderzoek nodig naar meer flexibele inzet van strategische locaties § Hoe houd je rekening met de noden van verschillende soorten doelgroepen op strategische locaties § De gemeente moet het selecteren, aankopen en verkopen van die strategische locaties een autonome rol kunnen spelen
|
|
|
Nuloptie: Op ad hocbasis worden gronden en gebouwen aangekocht zonder duidelijke strategie (7) Optie 1: Op basis van een plan/strategie waarin opgenomen is waar welke functies moeten komen, wordt er ook proactief gehandeld i.s.m. partners. Dit al dan niet vanuit een AGB (15) Optie 2: Er wordt minstens onderzocht wat de samenwerkings-mogelijkheden zijn met andere gemeenten (met de nodige budgetten) (16) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
/
|
|
Referenties |
|
De uitdaging om van het Kerkplein een leef- en beleefruimte te maken met diverse functies
|
|
§ Het kerkplein is nu een "kerkparking" § De verkeersstromen staan een leef- en beleefruimte in de weg § Er is relatief weinig groen in de kern
|
|
|
Nuloptie: Parkeerplaatsen blijven waarbij er ruimte is voor markt, kermis en evenementen (auto komt op de 1ste plaats) (5) Optie 1: Het Kerkplein moet terug een plaats worden om te ontmoeten en verblijven (en te vieren). Dat heeft o.a. Een groen inrichting tot gevolg) (14) Optie 2: De N13 moet via de Broechemsesteenweg lopen (durven kiezen voor voorstel uit mobiliteitsplan en beeldkwaliteitsplan) (14) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Optie 2 (verleggen weg) is een actie om het kerkplein meer leefbaar te maken. Zie hier ook de link met BU26. Het kerkplein zou een eerste project kunnen zijn om één van de kernen meer leefbaar te maken.
|
|
Referenties |
|
C.2.8 Samenleven (hoge en gemiddelde impact)
Eenzaamheid bij burgers
|
|
§ Het zijn geen specifieke cijfers voor Nijlen, maar de context van Nijlen is ook niet uniek § Het aantal singles en ouderen zal stijgen in de toekomst wat mogelijks tot meer eenzaamheid zal leiden § De tevredenheid over sociale cohesie in de buurt is hoog § Sterke link met: § rouw en verlies § financiën § cohesie buurt § mobiliteit § kennis over ontmoetingsmogelijkheden § mobiliteit (uit de seniorenbevraging blijkt dat "de straat" de plaats is waar ze anderen ontmoeten) § Zijn er preventieve acties mogelijk i.p.v. de eenzamen te willen bereiken of op zoek te gaan naar? § Eenzaamheid mag niet stereotiep benaderd worden. Ook jongeren en mensen met een migratieachtergrond kunnen zich eenzaam voelen. § Wat doen we al en op welke grenzen botsen we? (bijv. Leestafel bib is zo populair dat er te weinig capaciteit is en er geen reclame meer voor wordt gemaakt)
|
|
|
Nuloptie: Behouden werking LDC De Geburen, werking Buurtpunt, Leestafel Bib, Buurtzorg Bevel en nandelbabbels (15) Optie 1: Terug inzetten op fysieke ontmoetingsplekken (bijv. Zitbanken, petanquevelden, …) (11) Optie 2: Mogelijkheden om uit te besteden/extra aanbod te creëren via bureau of platform (Hoplr, Helpper) (11) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Het huidige beleid waarbinnen al heel wat initiatieven worden genomen, wordt verdergezet.
|
|
Referenties |
|
Hoe kan het Buurtpunt verduurzaamd worden?
|
|
§ Opmaak van een businessplan is aangewezen voor verduurzaming met o.a. focus op financiële aandacht en afstemming van noden en aanbod § De bekendmaking van het aanbod is nodig § Subsidies is nice to have maar geen must § Gemeente moet investeren in buurtpunt (o.a. om sociaal zwakkeren te helpen)
|
|
|
Nuloptie: Het Buurtpunt Nijlen blijft en de werking ervan blijft behouden zoals het is (15) Optie 1: Buurtpunt Nijlen krijgt een eigen gebouw waar de werking verder uitgebouwd kan worden en waar ruimte voor uitbreiding van het aanbod is (13) Optie 2: Buurtpunt Nijlen zoekt samenwerkingen en extra financiële middelen. Op basis daarvan zijn verduurzaming van de werking en een extra aanbod mogelijk. (9) Optie 3: Buurtpunt Nijlen wordt kritisch onder de loep genomen op basis van kerntaken van sociaal/gemeentelijk beleid en wordt mogelijk gedonwsized (6,5) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Op basis van de workshops bleek dat er gezocht wordt naar een manier om het buurtpunt te verduurzamen. De nuloptie werkt daar echter niet aan. Daarom is optie 2 toch een te verkiezen optie. Bij andere lokale besturen en/of door gesprekken met partners kan een business case opgemaakt worden om de werking van het buurtpunt te verduurzamen.
|
|
Referenties |
|
Hoe kan de sociale cohesie, de dorpsgemeenschap versterkt worden? Hoe houden we de lach in ons dorp en de zin om te ontmoeten?
|
|
§ De tevredenheidscijfers zijn goed. Die moeten behouden blijven. § De houding t.o.v. diversiteit moet verhogen. Dat is een taak van het lokaal bestuur omdat het dicht bij de burgers staat.
|
|
|
Nuloptie: We ondersteunen initiatieven, verenigingen die burgers samenbrengen en aanvullend organiseren we een eigen aanbod zoals we het op dit moment doen (18) Optie 1: We zetten zelf extra in op initiatieven (op basis van noden) en organiseren die zelf (7) Optie 2: We ondersteunen verenigingen, organisaties, personen die een extra aanbod (willen) creëren/organiseren in onze gemeente en zorgen voor een degelijk kader (=regierol) (5) Optie 3: We combineren extra personeelsinzet en extra financiële en logistieke ondersteuning voor extra aanbod en vullen hiaten in het aanbod in (zelf of met externe partners) (5) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
Gezien de hoge tevredenheid van burgers en sociale cohesie (survey gemeentemonitor 2023) is het verderzetten van het huidig beleid de te verkiezen optie.
|
|
Referenties |
|
C.2.9 Vrije tijd en cultuur (hoge en gemiddelde impact)
Vrijwilligerswerking voor eigen projecten en voor het verenigingsleven. Waar kunnen we als Nijlen WEL het verschil maken en de goesting/motivatie behouden. Bij de verschillende doelgroepen, jong en oud. Ook kunnen omgaan met losse engagementen, creatief o
|
|
§ Dit moet gezien worden in een ruimere context: de maatschappij verandert snel en het verenigingsleven/vrijwilligerswerk evolueert niet mee aan hetzelfde tempo. In hoeverre kan het lokaal bestuur hier een impact op hebben? § Er is nood aan ondersteuning. Meer zicht op specifieke problemen en oplossingen. § Er is een ontbrekende generatie. Vrijwilligers zijn ofwel ouderen ofwel jongeren. Hoe bereiken we mensen die lossen engagementen willen opnemen? § Is er voldoende zicht op wie welk vrijwilligerswerk wil doen? (Give a day?, er wordt vaak in dezelfde vijver gevist, andere?) § We zijn nog niet uitgepraat over dit onderwerp
|
|
|
Nuloptie: Het vrijwilligersbeleid blijft behouden zoals het is. (11,7) Optie 1: Gemeente Nijlen gaat meer inzetten op het ondersteunen en faciliteren van vrijwilligerswerking in onze gemeente en voor onze verenigingen (14) Optie 2: We pleiten bij de Vlaamse Overheid en kijken naar regionale samenwerkingen om vrijwilligerswerkingen extra te ondersteunen (11) Optie 3: Er is geen ondersteunende rol weggelegd voor de gemeente en kijken naar de koepelorganisaties van verenigingen (3) Optie 4: /
|
|
|
/
|
|
|
De noden van verenigingen zijn in andere gemeenten vaak dezelfde. Projectmatig samenwerken met andere besturen die hierop willen inzetten, kan een meerwaarde zijn. Ook partners met een grote expertise over vrijwilligerswerk vormen een meerwaarde.
|
|
Referenties |
|
Levert de krapte op de arbeidsmarkt problemen op voor lokale ondernemingen om vacatures in te vullen?
|
Opvallendste vaststellingen
|
§ De gekende data is de beschreven krapte op de arbeidsmarkt (Hfdst 2.2 'Vacatures en krapte op de arbeidsmarkt' van 'provincies.in.cijfers' rapport Nijlen). Een krapper wordende arbeidsmarkt is de huidige evolutie. In 2023 waren er 357 gemelde vacatures gemelde vacatures voor Nijlen. Vacatures kunnen ingedeeld worden naar het gevraagde opleidingsniveau, de gevraagde ervaring en sector. Nood in sectoren als ICT, maatschappelijke dienstverlening en onderwijs urgent zichtbaar. § Op basis van de veronderstelling dat bedrijven in Nijlen dezelfde standaardnormale verdeling volgen als bedrijven in andere gemeenten in de provincie, kan geconcludeerd worden dat de statistische waarneming van krapte op de arbeidsmarkt van toepassing is in Nijlen. De data toont geen verdere prognose in de tijd. Krapte gaat vergroten. (vanwege leeftijdspiramide, vergrijzing & ontgroening)
|
|
Beleidsopties (met score)
|
Nuloptie: Focus op gemeente als werkgever (voorbeeldfunctie): De instroom van gekwalificeerd personeel vergroten, investeren in opleidingsprogramma's voor bestaand personeel, speerpunten GPTW verder uitbouwen. Optie 1: Lokale werkgelegenheid stimuleren: Het bestuur kan initiatieven nemen om lokale werkgelegenheid te stimuleren, bijvoorbeeld door het bevorderen van stageplaatsen voor jongeren of het ondersteunen van programma's voor werkervaring. Optie 2: Promoot ondernemerschap in de gemeente: Organiseren van evenementen, workshops en campagnes die ondernemerschap en ondernemersgeest aanmoedigen bij jongeren, studenten en andere potentiële ondernemers. Creëer een cultuur van ondernemerschap. Optie 3: Stimuleren van lokale economie: Het bestuur kan de lokale economie stimuleren door promotiecampagnes voor lokale bedrijven en het ondersteunen van lokale initiatieven en projecten. Nijlen aantrekkelijker maken. Goed wonen én werken. § Optie 4: Faciliteren van samenwerking: Het bestuur kan de samenwerking tussen lokale ondernemingen bevorderen door het organiseren van netwerkevenementen en het faciliteren van samenwerkingsverbanden. |
|
|
|
|
|
|
Ondernemerschap aanmoedigen is helpen de arbeidskrapte aan te pakken door de demografie van werkenden (met juiste profielen) te vergroten. Wij opteren ervoor om in te zetten op de 3 opties. Daar deze levensdomeinen onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
|
|
|
|
Op basis van bestaande en toekomstige initiatieven voor lokale ondernemers gerichte acties (bijv. toeleiding via scholen, traject activering, …) nemen, is een te verkiezen optie. Hierbij is de vraag steeds wat de capaciteit (arbeidstijd en budget) van het lokaal bestuur Nijlen is en wat de rol kan zijn in een complexe context als de arbeidsmarkt.
|
|
|
Referenties |
|
|
Hoe kunnen we meer werkkansen creëren voor de zwakste doelgroepen
|
|
Een fijnmazige definitie van zwakste doelgroepen is nodig. Een aanpak op maat is daarna vereist. Gemeentemonitor heeft statistieken over werkloosheid naar tijdsduur en werkloosheid naar herkomst. Deze volgen het provinciale gemiddelde. Algemene spanningsratio ligt echter hoger.
|
|
|
Nuloptie: Gemeente als voorbeeldfunctie en stemt eigen personeelsbeleid af aan kansen geven aan kansarmen. Optie 1: Ondernemerschap stimuleren om zo meer jobs te creëren. Dit zorgt voor een bijdrage om de spanningsratio naar beneden te brengen (tot een provinciaal gemiddelde) Optie 2: Ontwikkel i.s.m. arbeidsorganisaties programma's voor vaardigheidstraining en beroepsopleidingen, specifiek gericht op de behoeften van de doelgroepen, om hun arbeidsvaardigheden te verbeteren. Optie 3: Stage- en leerwerkplekken: Faciliteer samenwerkingen met lokale bedrijven om stage- en leerwerkplekken te creëren, waardoor deelnemers waardevolle werkervaring kunnen opdoen en hun kansen op een betaalde baan vergroten. Optie 4: Begeleiding en ondersteuning: Bied begeleiding en ondersteuning aan bij sollicitaties, het opstellen van cv's en het ontwikkelen van jobvaardigheden, om de toegang tot werk te vergemakkelijken.
|
|
|
Meer ondernemerschap is meer kansen generen voor passende jobs, ook voor mensen uit de zwakste doelgroepen.
|
|
|
Stimuleren van ondernemerschap voor zwakke doelgroepen kan een optie zijn voor een deel van die doelgroep. Hier komt echter heel wat bij kijken. Is de schaal van het lokaal bestuur Nijlen en de omvang de doelgroep groot genoeg om hier individueel op in te zetten. Samenwerking op regionaal niveau is hier een betere optie. Zie in dat verband bijv. ook de werking van De Punt in Gent.
|
|
Referenties |
|
Nood aan beleid rond hangjongeren (niet benaderen als problematiek, maar als kans)
|
Opvallendste vaststellingen
|
§ Rondhangen mag benaderd worden vanuit een positieve invalshoek. We kiezen er dan ook voor om rondhangen als een fenomeen en niet als een probleem te benoemen. Rondhangen is van alle tijden en leeftijden. Rondhangen is een recht. We streven er dan ook naar om rondhangen als tijdverdrijf te normaliseren en te faciliteren. We willen iedereen stimuleren om te praten over en vooral met rondhangende jongeren. § Kinderen en jongeren maken intensief gebruik van de publieke ruimte. Ze spelen en sporten er, ontmoeten elkaar om te babbelen, maken gebruik van de faciliteiten of wachten er – op elkaar, op het openbaar vervoer, ... Bij kinderen benoemen we dit grotendeels als spelen, bij tieners en jongeren kleven volwassenen en de samenleving daar snel de term ‘rondhangen’ op. § Recht op ruimte, recht op rondhangen. We mogen zeggen dat kinderen en jongeren het recht hebben om rond te hangen in de publieke ruimte. We moeten er op letten dat er niet te veel beperkingen opgelegd worden op het publieke karakter van publieke ruimte. Het is belangrijk dat volwassenen beseffen dat de publieke ruimte voor kinderen en jongeren deel uitmaakt van hun dagelijkse leefwereld en daardoor ook de nodige beleidsaandacht verdient.
|
|
Beleidsopties (met score)
|
Nuloptie: We werken geen nieuw of bijkomend beleid rond hangjongeren uit. Optie 1: De samenwerking met Arktos vzw blijft behouden waarbij jeugdopbouwwerkers oog hebben voor maatschappelijk kwetsbare jongeren en ook kunnen inspelen op eventuele overlast die hangjongeren wel creëren (of hierrond positieve actie realiseren). Optie 2: We nemen als lokale overheid jeugdopbouwwerk zelf in handen. Met jeugdopbouwwerk is er aandacht voor hangjongeren die voor anderen problematisch overkomen en kan er ingespeeld worden op jongeren die wel opvolging nodig hebben. Optie 3: We kiezen voor jeugdopbouwwerk met de expertise van een externe partner (zoals bv. Arktos) maar voorzien zelf als lokaal bestuur ook middelen om formele jeugdruimte met aanbod te voorzien en daarbij intens samen te werken met externe partner(s). |
|
|
Nuloptie: Optie 4: / |
|
|
|
Een externe partner zorgt voor meer continuïteit bij afwezigheid van jeugdopbouwwerker (externe partner zorgt voor vervanging - is intern erg moeilijk).). Er liggen kansen in meer samenwerking met een jeugdopbouwwerker (maar hiervoor ontbreekt nu de tijd
|
|
|
|
Tijdens de workshop van de vooranalyse (wat willen we weten?) bleek dat deze uitdaging beperkt was voor Nijlen. Is het hier nodig om jeugdopbouwwerk in te zetten? Zo ja, moet dat dan niet heel gericht gebeuren?
|
|
|
Referenties |
|
|
Hoe stimuleren we het psychisch welzijn van de mensen? Specifiek: Is de huidige socio-emotionele omkadering van de Nijlense jongeren voldoende?
|
|
Vlaamse jongeren rapporteren algemene tevredenheid, maar meer mentale en fysieke klachten. (Departement Zorg Vlaanderen)
|
|
|
Nuloptie: Bestendigen van het huidige aanbod en de huidige partnerschappen binnen de ELZ. (JAC Nijlen, Kinder- en jeugdraad, Huis van het Kind, Arktos, netwerktafels GGZ, ...) Optie 1: Nagaan welke eventuele noden en uitdagingen er vanuit onderwijs worden gedetecteerd. Optie 2: / Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
Een grote rol is weggelegd voor onderwijs daar zij het dichtst bij de doelgroep staan. /
|
|
|
De ELZ heeft in 2023 ook een omgevingsanalyse uitgevoerd. De voorgestelde optie zal allicht resulteren in informatie die al gekend is.
|
|
Referenties |
|
Welke zorg is er nodig voor de groeiende groep personen met een zorgnood? (mensen met een beperking, mensen met dementie, mensen met psychische kwetsbaarheid...)
|
|
§ vergrijzing: de grootste groep mensen is tussen 55-65 jaar, deze groep wordt ouder en er zal dus een grotere groep personen met een zorgnood zijn de komende decennia. (bron = website statistiek Vlaanderen) § Gelijklopend met argument 1 wordt de groep personen met dementie ook groter. (website expertisecentrum dementie) § Ouderenbevraging in Nijlen (in de loop van 2023) : 23% geeft aan alleen te wonen, 89% wil niet verhuizen uit hun vertrouwde omgeving, 26,1% geeft aan hulp nodig te hebben bij persoonlijke verzorging, 35,1% geeft aan hulp nodig te hebben bij huishoudelijke taken, 7% van de bevraagde ouderen verblijft in een woonzorgcentrum => de uitdaging is om mensen zo lang mogelijk een kwaliteitsvol leven in hun eigen vertrouwde omgeving te bieden. § Vanuit de dienst gezinszorg wordt aangegeven dat de problematieken van de ouderen complexer worden (vb. psychische problemen in combi fysieke beperkingen), waardoor de druk op de omgeving en de zorgsector groter wordt. § Akabe Tinamoe Nijlen: (afdeling van scouts specifiek voor jongeren met een beperking) stoppen met hun activiteiten. Het vrijetijdsaanbod voor jongeren met een beperking wordt daardoor kleiner.
|
|
|
Nuloptie: engagement dementievriendelijke gemeente , JAC-werking in Nijlen, samenwerking met LDC De Geburen en de woonzorgcentra, dienst gezinszorg en aanvullende thuiszorg, mantelzorgtoelage ouderen en mensen met een beperking, convenant met Inter Optie 1: communicatie rond het zorgaanbod, rond aangepast wonen, een infogids (ook papieren versie) Optie 2: problematiek ronde vereenzaming : bewust zijn van deze problematiek en acties organiseren of opportuniteiten aangrijpen die zich voordoen (met partners) Optie 3: / Optie 4: /
|
|
|
We doen al best heel waardevolle acties, kunnen nog uitgebreid worden (zie optie 1 en 2)
|
|
|
Denk bij eventuele uitbreiding naar optie 1 en 2 goed wat de rol van het lokaal bestuur is (regisseur of actor) en werk regionaal samen (groot deel zorgaanbod is hetzelfde voor omliggende gemeenten)
|
|
Referenties |
|
Op de volgen pagina’s zijn de belangrijkste omgevingscijfers uit de gemeentemonitor terug te vinden. Er wordt telkens vergeleken met het Vlaams Gewest. Meer cijfers en thema’s zijn terug te vinden op de website van de gemeentemonitor. Daar kan tevens vergeleken worden met de referentieregio, individuele lokale besturen, …
Hoeveel inwoners telt Nijlen? Verjongt de bevolking of vergrijst ze? En hoe divers is de bevolking?
Inzicht in de bevolkingstendensen is essentieel om het beleid uit te tekenen. Zo zal een groei van het aantal kinderen zich eerst laten voelen in de kinderopvang, later in het basisonderwijs en ten slotte in het secundair onderwijs. De vergrijzing van de bevolking op haar beurt creëert een grotere behoefte aan voorzieningen voor ouderen.
|
Indicator |
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
Bevolking |
||
|
Inwonersaantal |
23.409 |
6.774.807 |
|
Vreemdelingen |
3,5% |
10,5% |
|
Personen van buitenlandse herkomst |
10,2% |
26,3% |
|
Structuur van de bevolking |
||
|
Inwoners naar leeftijd - jonger dan 19 jaar - 20 tot 59 jaar - ouder dan 60 jaar |
20,9% 50,2% 28,9% |
21,6% 50,6% 27,9% |
|
Groene druk: aantal 0-19-jarigen / aantal 20-64-jarigen |
36,5% |
37,6% |
|
Grijze druk: aantal 65-plussers / aantal 20-64-jarigen |
37,7% |
36,8% |
|
Demografische afhankelijkheidsratio: (aantal 0-19-jarigen + aantal 65-plussers) / aantal 20-64-jarigen |
74,2% |
74,4% |
|
Aantal huishoudens |
9.888 |
2.926.471 |
|
Huishoudens naar grootte - 1 persoon - 2 personen - 3 personen - 4 of meer personen |
27,9% 36,3% 15,9% 19,9% |
33,1% 34,0% 13,6% 19,3% |
|
Ontwikkeling van de bevolking |
||
|
Aangroei van de bevolking 10 jaar: natuurlijk accres + migratiesaldo |
5,5% |
6,2% |
|
Natuurlijk accres: aantal geboortes - aantal overlijdens |
-1,5 per 1.000 inwoners |
-0,6 per 1.000 inwoners |
|
Migratiebewegingen - totale inwijking - totale uitwijking - migratiesaldo: aantal inwijkingen - aantal uitwijkingen - migratie-intensiteit: aantal inwijkingen + aantal uitwijkingen |
48,5 40,6 7,9 89,1 … per 1.000 inwoners |
65,3 53,3 12,0 118,6 … per 1.000 inwoners |
|
Prognoses |
||
|
Prognose inwonersaantal (2040) |
24.370 |
7.100.891 |
|
Prognose inwoners naar leeftijd (2040) - jonger dan 19 jaar - 20 tot 59 jaar - ouder dan 60 jaar |
19,3% 46,7% 34,0% |
20,4% 48,4% 31,2% |
|
Prognose aantal huishoudens (2040) |
10.865 |
3.167.298 |
|
Prognose huishoudens naar grootte (2040) - 1 persoon - 2 personen - 3 personen - 4 of meer personen |
32,9% 36,5% 12,8% 17,8% |
35,6% 33,5% 12,7% 18,2% |
Hoe ziet het ondernemingsweefsel in Nijlen eruit? Kent het een solide groei? Hoeveel jobs zijn er? Wordt er veel gependeld vanuit Nijlen of naar Nijlen?
Onderstaande indicatoren belichten het economisch weefsel, de werkgelegenheid en de pendelbewegingen van en naar Nijlen. Een economisch duurzame gemeente of stad is een aantrekkingspool die vraag en aanbod op elkaar afstemt en die economisch veerkrachtig is. Ze beschikt over een brede waaier aan activiteiten die zorgen voor een maatschappelijke meerwaarde, werkgelegenheid en waardig werk voor iedereen.
Hoe groot is het aandeel inwoners op arbeidsleeftijd in Nijlen? Hoeveel daarvan zijn er echt aan het werk? Hoeveel werkenden werken thuis? Hoeveel inwoners zijn werkzoekend en wat is hun profiel? Hoeveel werkzoekenden zijn er per vacature?
Een hoge werkzaamheidsgraad en een lage werkzoekendengraad zijn nodig voor een economisch leefbare en duurzame gemeente of stad. Dat veronderstelt een goede afstemming tussen werkzoekenden en werkaanbiedingen. Inzicht in het profiel van de werkzoekenden is essentieel voor initiatieven die focussen op het wegnemen van knelpunten bij werkzoekenden en voor het doelmatig verbinden van vraag en aanbod.
|
Indicator |
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
|
|
|
|
Economisch weefsel |
||
|
Bruto toegevoegde waarde per inwoner |
18.338 euro |
39.507 euro |
|
Bezettingsgraad van bedrijventerreinen |
83,7% |
85,7% |
|
Bezoldigde werkgelegenheid: verdeling over hoofdsectoren - primair - industrie - bouw - tertiair - quartair |
0,7% 10,5% 8,6% 32,9% 47,3% |
0,6% 15,0% 5,7% 45,2% 33,5% |
|
Jobratio |
18,3 jobs |
36,8 jobs |
|
Netto-jobcreatie |
2,8% |
2,0% |
|
Pendel - inkomende pendel naar de gemeente - uitgaande pendel vanuit de gemeente |
54,1% 86,2% |
- - |
|
Ondernemingen |
||
|
Aantal btw-plichtige ondernemingen |
2.359 |
714.083 |
|
Btw-plichtige ondernemingen - natuurlijke personen - rechtspersonen |
45,3% 54,7% |
44,1% 55,9% |
|
Demografie van de onderneming - oprichtingsratio: aantal oprichtingen - stopzettingsratio: aantal stopzettingen - netto-groeiratio: oprichtingsratio - stopzettingsratio - turbulentieratio: oprichtingsratio + stopzettingsratio |
11,1 7,2 4,0 18,3 |
11,6 6,7 4,8 18,3 |
|
Vestigingen naar bedrijfstak - primair - secundair - tertiair - quartair |
2,5% 26,1% 56,1% 15,4% |
2,2% 17,8% 64,1% 15,9% |
|
|
|
|
|
Beroepsbevolking en thuiswerk |
||
|
Activiteitsgraad: aantal beroepsbevolking / totale bevolking op arbeidsleeftijd |
81,5% |
79,7% |
|
Thuiswerk: inwoners die aan thuiswerk doen |
27% |
31% |
|
Werkzaamheid |
||
|
Werkzaamheidsgraad: aantal werkenden / totale bevolking op arbeidsleeftijd |
78,4% |
75,2% |
|
Werkzaamheidsgraad, naar geslacht - mannen - vrouwen |
81,9% 75,0% |
78,6% 71,6% |
|
Werkzaamheidsgraad, naar herkomst - België - EU - niet-EU |
79,0% 76,6% 62,7% |
78,3% 65,9% 57,5% |
|
Werkzoekenden |
||
|
Werkzoekendengraad: aantal werkzoekenden zonder werk / totale beroepsbevolking |
4,1% |
5,7% |
|
Werkzoekendengraad, naar geslacht - mannen - vrouwen |
3,9% 4,3% |
5,7% 5,8% |
|
Werkzoekendengraad, naar leeftijd - 15-24 jaar - 50-64 jaar |
8,0% 5,1% |
10,2% 5,3% |
|
Langdurig werkzoekenden zonder werk |
50,5% |
46,5% |
|
Spanningsratio: aantal werkzoekenden |
6,7 |
3,0 |
|
Werkloosheid |
||
|
Werkloosheidsgraad, naar herkomstgroep: aantal werklozen volgens KSZ / totale beroepsbevolking - Belgische herkomst - EU-herkomst - niet-EU-herkomst |
2,5% 3,4% 5,7% |
2,5% 4,9% 9,1% |
Aspecten rond inkomen en armoede, onderwijs en vorming en zorg en gezondheid bepalen mede het welzijn van inwoners.
Hoeveel inwoners in Nijlen hebben een inkomen onder de kritische grens? Hoeveel inwoners ervaren betalingsmoeilijkheden? Hoeveel kinderen lopen risico op onderwijskansarmoede? Armoede is de uitsluiting op verschillende levensdomeinen: inkomen, arbeid, wonen, energie, onderwijs, gezondheidszorg, vrije tijd, enzovoort. Armoede is multidimensionaal en is meer dan een te krap inkomen.
Stijgt of daalt het aantal leerlingen in Nijlen? Hoeveel leerlingen hebben niet het Nederlands als thuistaal? Hoeveel lopen door schoolse vertraging het risico om de schoolcarrière niet te voltooien? Zijn de inwoners tevreden over de onderwijsvoorzieningen? Een leefbare en duurzame gemeente of stad heeft een kwaliteitsvol en breed aanbod aan onderwijsvoorzieningen. Die liggen verspreid over het grondgebied en zijn afgestemd op de behoeften van de inwoners. Dat aanbod stelt kinderen en jongeren in staat om de schoolcarrière te voltooien en een eindkwalificatie te halen.
Voelen de inwoners van Nijlen zich gezond en zijn ze dat ook? Is er voldoende opvang voor baby's en kinderen? En voor ouderen? Bereikt de preventieve gezondheidszorg de inwoners? In welke mate zorgen de inwoners van Nijlen voor elkaar? Een goede fysieke en psychische gezondheid is een basisvoorwaarde om te kunnen participeren in de maatschappij. Die gezondheid wordt beïnvloed door onder meer de leeftijd, erfelijke factoren, levensstijl en de leef- en werkomgeving. Een leefbare en duurzame gemeente of stad voorziet in een kwaliteitsvol, gediversifieerd, bereikbaar en betaalbaar aanbod aan zorg- en gezondheidsvoorzieningen. Dit aanbod is afgestemd op de behoeften van de inwoners, sluit aan bij de vertrouwde leefomgeving en weerspiegelt de diversiteit van de samenleving. Fysieke en financiële drempels mogen geen belemmering zijn om ervan gebruik te maken.
|
Indicator |
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
(Vervangings)inkomen |
||
|
22.763 euro |
21.926 euro |
|
|
Inwoners met fiscaal inkomen beneden kritische grens - individuele aangiften - gemeenschappelijke aangiften |
16,2% 2,1% |
17,0% 3,4% |
|
Personen met verhoogde tegemoetkoming in de ziekteverzekering |
12,1% |
14,6% |
|
Personen met (equivalent) leefloon |
0,29% |
0,62% |
|
Betalingsmoeilijkheden en energie-armoede |
||
|
Inwoners met betalingsachterstand |
1,2% |
1,0% |
|
Inwoners met betalingsmoeilijkheden |
6% |
11% |
|
Inwoners in subjectieve armoede |
13% |
16% |
|
Energie-armoede huishoudens - budgetmeters elektriciteit - budgetmeters aardgas |
9,0 6,9 … per 1.000 toegangspunten |
16,8 15,7 … per 1.000 toegangspunten |
|
Huishoudens in waterarmoede |
1,9% |
1,9% |
|
Armoede bij kinderen en jongeren |
||
|
Kansarmoede-index van Kind en Gezin |
6,1% |
12,6% |
|
Onderwijskansarmoede-indicator (OKI) |
0,43/4 |
1,00/4 |
|
Kinderen in gezin met zeer lage werkintensiteit |
4,4% |
10,3% |
|
Leerlingen die een schooltoeslag ontvangen - 3-5 jaar - 6-11 jaar - 12-17 jaar |
25,4% 26,8% 28,1% |
35,7% 38,0% 36,6% |
|
Aantal leerlingen/studenten en aantrekkingskracht onderwijs |
||
|
Leerlingen kleuteronderwijs, naar vestigingsplaats |
33,0 leerlingen per 1.000 inwoners |
36,1 leerlingen per 1.000 inwoners |
|
Leerlingen kleuteronderwijs, wonend in gemeente - thuistaal Nederlands - thuistaal niet-Nederlands |
94,0% 5,5% |
76,3% 23,4% |
|
Aantrekkingskracht kleuteronderwijs: aantal leerlingen in scholen in gemeente / aantal 2,5- tot 5-jarigen wonend in gemeente |
0,51 |
- |
|
Leerlingen lager onderwijs, naar vestigingsplaats |
67,4 leerlingen per 1.000 inwoners |
65,6 leerlingen per 1.000 inwoners |
|
Leerlingen lager onderwijs, wonend in gemeente - thuistaal Nederlands - thuistaal niet-Nederlands |
95,0% 4,8% |
78,9% 21,0% |
|
Aantrekkingskracht lager onderwijs: aantal leerlingen in scholen in gemeente / aantal leerlingen wonend in gemeente |
1,01 |
- |
|
Leerlingen secundair onderwijs, naar vestigingsplaats |
51,7 leerlingen per 1.000 inwoners |
70,4 leerlingen per 1.000 inwoners |
|
Leerlingen secundair onderwijs, wonend in gemeente - thuistaal Nederlands - thuistaal niet-Nederlands |
94,2% 5,6% |
81,7% 18,1% |
|
Aantrekkingskracht secundair onderwijs: aantal leerlingen in scholen in gemeente / aantal leerlingen wonend in gemeente |
0,72 |
- |
|
Studenten hoger onderwijs, naar vestigingsplaats |
- studenten |
40,9 studenten |
|
Studenten hoger onderwijs, wonend in de gemeente |
39,9 studenten |
36,6 studenten |
|
Deelname onderwijs |
||
|
Spijbelgedrag secundair onderwijs, naar vestigingsplaats |
1,1% |
3,3% |
|
Spijbelgedrag deeltijds beroepsonderwijs, naar vestigingsplaats |
- |
39,8% |
|
Schoolse vertraging lager onderwijs, wonend in gemeente - thuistaal Nederlands - thuistaal niet-Nederlands |
0,07% 0,00% |
0,29% 2,91% |
|
Schoolse vertraging secundair onderwijs, wonend in gemeente - thuistaal Nederlands - thuistaal niet-Nederlands |
1,49% 10,84% |
2,04% 11,03% |
|
Vroegtijdige schoolverlaters, wonend in gemeente - thuistaal Nederlands - thuistaal niet-Nederlands |
7,8% 25,0% |
8,4% 24,9% |
|
Tevredenheid over onderwijsvoorzieningen |
||
|
Tevredenheid over onderwijsvoorzieningen |
91% |
86% |
|
Kinderopvang |
||
|
Opvangplaatsen baby's en peuters |
33,2 plaatsen per 100 kinderen |
44,0 plaatsen per 100 kinderen |
|
Opvangplaatsen baby’s en peuters: regionale spreiding: aanbod in de gemeente / aanbod in de buurgemeenten |
0,84 |
- |
|
Tevredenheid over kinderopvang |
63% |
57% |
|
Zorgvoorzieningen |
||
|
Globaal medisch dossier |
90,8% |
87,9% |
|
Voldoende huisartsen |
73% |
67% |
|
Bezoek huisarts |
87,0% |
81,0% |
|
Bezoek tandarts |
62,6% |
58,5% |
|
Gezinszorg |
203,5 uren per 100 inwoners |
226,6 uren per 100 inwoners |
|
Lokale dienstencentra |
3,9 |
2,1 |
|
Residentiële ouderenzorg - woonzorgcentra - assistentiewoningen |
4,0 plaatsen 0,7 plaatsen … per 100 65-plussers |
5,8 plaatsen 2,5 plaatsen … per 100 65-plussers |
|
Residentiële ouderenzorg: regionale spreiding: aanbod in de gemeente / aanbod in de buurgemeenten |
0,63 |
- |
|
Tevredenheid over ouderenvoorzieningen |
70% |
71% |
|
Zorgbudget voor zwaar zorgbehoevenden (mantelzorg) |
2,2 rechthebbenden per 100 inwoners |
2,8 rechthebbenden per 100 inwoners |
|
Inwoners die mantelzorg geven |
34% |
36% |
|
Inwoners die mantelzorg krijgen |
18% |
20% |
|
Tevredenheid over gezondheidsvoorzieningen |
84% |
80% |
|
Gezondheid |
||
|
Actief bewegen: inwoners die regelmatig 30 minuten stappen, wandelen, fietsen |
78% |
72% |
|
Subjectieve gezondheid: inwoners die zich gezond voelen |
69% |
68% |
|
85% |
83% |
|
Hoeveel ruimte wordt er in Nijlen gebruikt om te wonen? Hoeveel ruimte is er voor bos en natuur? Bevolkingsevoluties creëren druk op de ruimte: meer huishoudens betekent nood aan meer woningen, meer ouderen nood aan meer ouderenvoorzieningen, meer jongeren nood aan meer scholen, groen en speelvoorzieningen.
Hoe graag wonen inwoners in Nijlen? Zijn ze tevreden over hun woning en de woonomgeving? Ervaren ze buurtproblemen? Hoeveel bedraagt de mediaan verkoopprijs van huizen en appartementen? Evoluties zoals het groeiende aantal inwoners en de veranderende samenstelling van huishoudens zetten de woningmarkt onder druk. Ze vergroten ook de behoefte aan voorzieningen, open ruimte en groen. De betaalbaarheid van woningen kan de woonzekerheid van inwoners bedreigen. Tevredenheid over woningen en de woonomgeving zegt hoe inwoners de kwaliteit van het wonen in Nijlen ervaren.
Hoe verplaatsen de inwoners van Nijlen zich? Hoe vaak verplaatsen ze zich duurzaam? Hoe ervaren ze de verkeersveiligheid? Hoe milieuvriendelijk is het wagenpark? In een leefbare gemeente of stad zijn woningen, werk, scholen en winkels vlot bereikbaar en dit met verschillende vervoersmodi. Een goed uitgebouwd netwerk, ook voor voetgangers en fietsers, stimuleert duurzame verplaatsingen. In de omgeving van scholen zijn de routes autoluw of autovrij. Het parkeeraanbod is afgestemd op inwoners, pendelaars en bezoekers.
Hoe ziet de groenstructuur in Nijlen eruit? Gebruiken de inwoners het groenaanbod? Hoe evolueren het energieverbruik, het verbruik van materialen en de CO2-uitstoot? In welke mate zijn de inwoners milieubewust? Krijgt duurzame productie voet aan de grond? Wordt het afvalwater duurzaam gezuiverd? Er moet een kwaliteitsvol aanbod aan groen zijn dat de leefkwaliteit ondersteunt. De transitie naar een klimaatpositieve samenleving is bovendien alleen mogelijk als het milieubewustzijn toeneemt. Inwoners en instellingen moeten duurzaam omspringen met schaarse grondstoffen zoals energie, water en materialen.
|
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
|
Beschikbare ruimte |
||
|
Bevolkingsdichtheid |
597 inwoners/km² |
497 inwoners/km² |
|
Bebouwingsgraad |
30,2% |
28,9% |
|
Ruimtebeslag |
40% |
42% |
|
Verharding |
15,6% |
14,6% |
|
(On)bebouwde oppervlakte |
||
|
Bebouwde oppervlakte, naar functie - woonfunctie - economische functie - welzijn en recreatie |
86,5% 5,7% 7,1% |
75,4% 15,6% 6,4% |
|
Onbebouwde oppervlakte, naar functie - akkerland en grasland - bossen en boomgaarden - recreatieterreinen - tuinen en parken |
74,9% 15,1% 0,3% 2,4% |
74,7% 13,3% 0,4% 1,5% |
|
Differentiatie woningbestand |
||
|
Woongelegenheden, naar bouwwijze - huizen - appartementen - handelspanden |
15,4% 1,5% |
66,3% 28,8% 2,2% |
|
Gebouwen, naar bouwjaar - voor 1945 - 1946-1981 - na 1981 |
17,6% 44,4% 38,0% |
26,3% 39,8% 34,0% |
|
Sociaal woningaanbod |
2,6 woningen |
6,0 woningen |
|
Betaalbaarheid wonen |
||
|
Mediaanprijs van huizen - open bebouwing - gesloten/halfopen bebouwing - alle huizen |
385.000 euro 290.000 euro 315.000 euro |
395.000 euro 285.000 euro 315.000 euro |
|
Mediaanprijs van appartementen |
257.500 euro |
235.000 euro |
|
Gemiddelde huurprijs, naar type goed - huizen - appartementen |
831 euro 699 euro |
- euro - euro |
|
Woonquote: inwoners met uitgaven voor wonen |
13% |
17% |
|
Inwoners met betalingsmoeilijkheden wonen |
3% |
7% |
|
Voorzieningen en duurzaamheid |
||
|
Private buitenruimte: inwoners met private buitenruimte aan de woning |
98% |
96% |
|
Plaats om fietsen te stallen inwoners met plaats om fietsen te stallen |
98% |
92% |
|
Duurzaamheid van de woning: inwoners met duurzame woning - energiezuinige woning - energierecupererende woning |
84% 59% |
76% 60% |
|
Eigenaars met renovatie-intentie |
19% |
21% |
|
Tevredenheid over de woning |
92% |
88% |
|
Tevredenheid woonomgeving |
||
|
Netheid van het centrum |
85% |
78% |
|
Netheid van straten en voetpaden |
69% |
62% |
|
Tevredenheid over de buurt |
80% |
79% |
|
Tevredenheid over de gemeente |
76% |
73% |
|
Graag wonen in de gemeente |
94% |
88% |
|
Inwoners met verhuisintentie - binnen gemeente - naar andere gemeente |
6% 6% |
9% 9% |
|
Buurthinder: inwoners die buurthinder ervaren |
15% |
20% |
|
Vervoermiddelen |
||
|
Vervoermiddelenbezit - auto/bestelwagen - gewone fiets - elektrische fiets - abonnement openbaar vervoer |
94% 93% 52% 27% |
91% 85% 43% 31% |
|
Personenwagens naar brandstoftype - benzine - diesel - elektriciteit of hybride |
57,1% 33,3% 9,0% |
51,3% 35,0% 12,8% |
|
Milieuvriendelijkheid van wagenpark naar ecoscore - < 51 - 51-65 - 66-70 - > 70 |
8,1% 36,9% 22,2% 31,0% |
8,1% 38,7% 20,5% 30,3% |
|
Infrastructuur |
||
|
Voldoende fietsenstallingen |
34% |
31% |
|
Voldoende fietspaden |
60% |
52% |
|
Voldoende openbaar vervoer |
55% |
59% |
|
Voldoende parkeerplaatsen |
68% |
55% |
|
Voldoende aanbod duurzame mobiliteitskeuzes - deelmobiliteit - autoluwe zones |
21% 33% |
40% 40% |
|
Tevredenheid over staat van voetpaden |
50% |
47% |
|
Tevredenheid over staat van fietsinfrastructuur |
48% |
45% |
|
Tevredenheid over staat van straten en pleinen |
62% |
59% |
|
Verkeersveiligheid en verkeershinder |
||
|
Verkeersongevallen met doden of gewonden |
261,4 ongevallen per 100.000 inwoners |
347,1 ongevallen per 100.000 inwoners |
|
Verkeersslachtoffers - zwaargewonden - doden |
30,0 slachtoffers 4,3 slachtoffers … per 100.000 inwoners |
35,5 slachtoffers 4,2 slachtoffers … per 100.000 inwoners |
|
Verkeersslachtoffers bij fietsers en voetgangers - zwaargewonden - doden |
12,9 slachtoffers 4,3 slachtoffers … per 100.000 inwoners |
18,6 slachtoffers 1,7 slachtoffers … per 100.000 inwoners |
|
Veilig fietsen: inwoners die vinden dat men veilig kan fietsen |
54% |
49% |
|
Veilig naar school: inwoners die vinden dat kinderen veilig naar school kunnen fietsen |
39% |
41% |
|
Verkeershinder: inwoners die verkeershinder ervaren - snel rijden - sluipverkeer |
40% 31% |
39% 29% |
|
Duurzame verplaatsingen |
||
|
Verplaatsingen tussen woonplaats en werk/school (dominant) - auto (als bestuurder) - fiets - openbaar vervoer |
56% 23% 18% |
60% 21% 15% |
|
Voortransport - te voet - (elektrische) fiets - bus/tram/metro - autopassagier |
37% 41% 7% 24% |
50% 30% 15% 17% |
|
Verplaatsingen in vrije tijd (per vervoermiddel) - auto (als bestuurder) - fiets - te voet |
66% 53% 56% |
67% 45% 56% |
|
Duurzaam verplaatsingsgedrag voor korte afstanden - te voet - met de fiets |
67% 53% |
62% 43% |
|
Groen in de buurt - buurtgroen - wijkgroen |
35,8% 30,9% … van oppervlakte |
23,9% 20,9% … van oppervlakte |
|
Groen in de gemeente - stadsdeelgroen - stadsgroen - stadsbos |
29,4% 29,4% 23,0% … van oppervlakte |
19,5% 18,4% 14,8% … van oppervlakte |
|
Inwoners die bos, park of groenzone bezoeken - in eigen gemeente - in andere gemeente |
93% 83% |
89% 81% |
|
Tevredenheid over natuur en groenvoorzieningen |
86% |
80% |
|
Voldoende groen in de buurt |
84% |
78% |
|
Afval |
||
|
Restafval |
97,4 kg per inwoner |
140,4 kg per inwoner |
|
Tevredenheid over huisvuilvoorzieningen |
91% |
83% |
|
Riolering |
||
|
Uitvoeringsgraad riolering |
82,0% |
88,1% |
|
Zuiveringsgraad riolering |
82,0% |
86,0% |
|
Milieubewust handelen |
||
|
Milieubewust handelen |
29% |
25% |
|
Energie en klimaat |
||
|
CO2-emissies door verwarming huishoudens |
3,7 ton per huishouden |
3,7 ton per huishouden |
|
CO2-emissies per sector - huishoudens - tertiaire sector - industrie - particulier en commercieel vervoer - landbouw |
54,3% 9,1% 8,2% 24,7% 1,7% |
29,7% 13,6% 13,4% 35,9% 5,1% |
|
Energieverbruik per sector - huishoudens - tertiaire sector - industrie - particulier en commercieel vervoer - landbouw |
57,3% 9,5% 8,3% 21,4% 1,4% |
31,6% 14,7% 14,7% 31,5% 5,1% |
|
Laadpunten voor elektrische wagens |
7,7 laadpunten |
22,8 laadpunten |
Welk aanbod is er in Nijlen op vlak van cultuur, sport, vrije tijd en winkelen? Zijn de inwoners tevreden over dat aanbod? Hoe vaak gebruiken ze de voorzieningen in hun gemeente? Of maken ze gebruik van het aanbod in een andere gemeente?
Er zijn drie belangrijke factoren die een gemeente of stad aantrekkelijk maken voor cultuur en vrije tijd. Dat zijn de capaciteit om de inwoners te doen participeren en om bezoekers aan te trekken, de infrastructuur en het aanbod. Inwoners en bezoekers verwachten een gediversifieerd aanbod en aandacht voor betaalbaarheid, bereikbaarheid, toegankelijkheid en begrijpbaarheid.
|
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
|
Cultuur |
||
|
Bibliotheken - exemplaren - ontleningen |
510,4 exemplaren 344,1 ontleningen … per 100 inwoners |
382,0 exemplaren 349,7 ontleningen … per 100 inwoners |
|
Inwoners die bibliotheek bezoeken in eigen gemeente Inwoners die bibliotheek bezoeken in andere gemeente |
46% 14% |
46% 19% |
|
Tevredenheid over bibliotheekvoorzieningen |
91% |
86% |
|
Inwoners die museum, tentoonstelling … bezoeken in eigen gemeente Inwoners die museum, tentoonstelling … bezoeken in andere gemeente |
26% 60% |
43% 59% |
|
Inwoners die culturele activiteit bijwonen in eigen gemeente Inwoners die culturele activiteit bijwonen in andere gemeente |
27% 63% |
45% 55% |
|
Tevredenheid over culturele voorzieningen |
37% |
68% |
|
Vrije tijd |
||
|
Vrijetijdsaanbod - podiumkunsten - cultureel erfgoed - sociaal-cultureel werk - sport
|
2,1 activiteiten 2,8 activiteiten 12,3 activiteiten 19,9 activiteiten |
12,6 activiteiten 4,4 activiteiten 14,0 activiteiten 7,5 activiteiten |
|
Leden jeugdbewegingen |
155,9 leden … per 1.000 inwoners |
76,7 leden … per 1.000 inwoners |
|
Tevredenheid over jongerenvoorzieningen |
59% |
50% |
|
Tevredenheid over uitgaansgelegenheden |
51% |
59% |
|
Voldoende activiteiten voor - kinderen en jongeren - opgroeiende jeugd |
62% 54% |
53% 44% |
|
Voldoende activiteiten voor senioren |
54% |
52% |
|
Sport |
||
|
Sportclubs |
8,8 clubs |
6,1 clubs |
|
Leden sportclubs |
284,6 leden per 1.000 inwoners |
217,4 leden per 1.000 inwoners |
|
Sportinfrastructuur |
4,3 clubs |
7,2 clubs |
|
Sportparticipatie: inwoners die regelmatig aan sport doen |
62% |
56% |
|
Tevredenheid over sportvoorzieningen |
72% |
75% |
|
Winkelen |
||
|
Voldoende winkelvoorzieningen dagelijkse boodschappen |
73% |
72% |
|
Inwoners die winkelen in eigen gemeente Inwoners die winkelen in andere gemeente |
93% 96% |
89% 91% |
|
Tevredenheid over shopping- en winkelvoorzieningen |
53% |
63% |
Voelen inwoners zich thuis in Nijlen? Zetten ze zich actief in voor hun buurt? Voelen ze zich betrokken? Ervaren ze buurtproblemen? Voelen ze zich onveilig op bepaalde plekken? Lukt het samenleven? Staan ze open voor andere culturen?
Een sterk sociaal weefsel en persoonlijke netwerken hebben een positieve invloed op de samenleving. Ze zorgen voor ondersteuning, een sterkere identiteit, betrokkenheid en sociale contacten. Sociale contacten, zeker met bewoners met een buitenlandse herkomst, dragen bij tot meer openheid en tolerantie. Op haar beurt bevordert buurtintegratie de veiligheid en het veiligheidsgevoel. Een lokaal bestuur dat inwoners bevraagt over hun wensen en verwachtingen, stimuleert hen om zich maatschappelijk te engageren en een rol op te nemen in het verenigingsleven, het vrijwilligerswerk en de buurt. Zo wordt het samenleven aangenamer en verhoogt de leefbaarheid.
Onderstaande indicatoren bekijken het sociaal weefsel, de openheid voor andere culturen en de burgerbetrokkenheid. Andere indicatoren beschrijven de veiligheid en de mate waarin inwoners problemen ervaren zoals vandalisme, criminaliteit en buurthinder.
|
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
|
Buurt en betrokkenheid |
||
|
Sociaal weefsel: inwoners met sterk sociaal weefsel in de buurt |
50% |
48% |
|
86% |
79% |
|
|
Zich thuis voelen in de buurt |
93% |
86% |
|
Actieve betrokkenheid om iets te verbeteren in de gemeente |
14% |
15% |
|
Actief in bewonersgroep |
5% |
6% |
|
Participatie in verenigingsleven |
62% |
57% |
|
Vrijwilligerswerk |
18% |
18% |
|
Voldoende ontmoetingsplaatsen |
73% |
68% |
|
Diversiteit |
||
|
Houding tegenover diversiteit: inwoners die positief staan tegenover diversiteit |
36% |
32% |
|
Veiligheid en buurthinder |
||
|
Criminaliteitsgraad |
35,7 feiten |
64,3 feiten |
|
Misdrijven naar type - diefstal en afpersing - beschadigen van eigendom - misdrijven tegen lichamelijke integriteit - drugs - bedrog |
20,7% 11,2% 10,0% 5,8% 17,2% |
27,7% 8,6% 9,3% 7,6% 8,6% |
|
Algemeen onveiligheidsgevoel: - in de buurt - in de gemeente |
3% 2% |
6% 7% |
|
Milieuhinder: inwoners die veel milieuhinder ondervinden - zwerfvuil - dieren - hondenpoep |
27% 15% 20% |
37% 18% 16% |
|
Lawaaihinder: inwoners die veel lawaaihinder ondervinden - buren - horeca/bedrijven/… |
11% 5% |
12% 5% |
|
Hinder van vandalisme en drugs: inwoners die veel hinder ondervinden van vandalisme of drugsdealing en -gebruik - vandalisme - drugsdealing en -gebruik |
1% 1% |
4% 6% |
Zijn inwoners van Nijlen tevreden over de dienstverlening van hun lokaal bestuur? Hoeveel vertrouwen hebben ze in het bestuur? Welke financiële parameters kent Nijlen?
Beleidsontwikkeling komt vaak tot stand in een vorm van co-creatie waarbij inwoners, middenveld en ondernemingen problemen aanpakken en ontwikkelingskansen creëren. Belangrijke succes-factoren daarvoor zijn enerzijds publiek vertrouwen en legitimiteit van het bestuur en anderzijds collectieve verantwoordelijkheid en burgerparticipatie. Bestuurlijke kwaliteit veronderstelt een efficiënte, effectieve en bestuurskrachtige overheid, die de beginselen van behoorlijk bestuur toepast en financieel gezond is. Tot slot moet het bestuur toegankelijk communiceren en inwoners betrekken.
Onderstaande indicatoren geven een beeld van de financiën van het lokaal bestuur en van de personeelsomkadering. Andere indicatoren schetsen hoe de inwoners de kwaliteit van de dienstverlening ervaren. De mate waarin inwoners zich geïnformeerd en geconsulteerd voelen is een indicatie van hun betrokkenheid.
|
Nijlen |
Vlaams Gewest |
|
|
Dienstverlening |
||
|
Tevredenheid over digitale dienstverlening |
64% |
67% |
|
Tevredenheid over loketvoorzieningen |
72% |
67% |
|
Voldoende informatie: inwoners die zich voldoende geïnformeerd voelen |
47% |
56% |
|
Tevredenheid over communicatie van gemeentebestuur |
45% |
54% |
|
Consultatie van bewoners: inwoners die zich voldoende geconsulteerd voelen |
31% |
34% |
|
Personeel |
||
|
Personeelsleden |
8,1 VTE 10,6 koppen … per 1.000 inwoners |
12,2 VTE 15,6 koppen … per 1.000 inwoners |
|
Personeelsleden naar statuut - vastbenoemd - contractueel |
17,2% 82,8% |
26,7% 73,3% |
|
Personeelsleden naar leeftijd - < 35 jaar - 35-54 jaar - > 54 jaar |
25,2% 53,0% 21,8% |
25,8% 50,9% 23,3% |
|
Personeelsleden naar herkomst - Belgisch - niet-Belgisch |
94,8% 5,2% |
86,9% 13,1% |
|
Vertrouwen in bestuur en politie |
||
|
Vertrouwen in overheden - gemeentebestuur - Vlaamse overheid - federale overheid - Europese overheid |
27% 11% 11% 14% |
29% 15% 13% 17% |
|
Vertrouwen in politie |
43% |
46% |
|
Financiën |
||
|
Belastingtarief van aanvullende personenbelasting |
7,0 |
7,2 |
|
Ontvangsten uit aanvullende personenbelasting |
344,75 euro |
333,47 euro |
|
Opcentiemen op onroerende voorheffing |
819 opcentiemen |
897 opcentiemen |
|
Ontvangsten uit opcentiemen op onroerende voorheffing |
223,23 euro |
387,36 euro |
|
Autofinancieringsmarge |
41,27 euro |
110,62 euro |
|
Financiële schuld |
1.191,23 euro |
1.260,52 euro |
D.2 Digitale bijlagen
D.2.1 Uitgebreid overzicht informatie beleidsuitdagingen met visuals
Link naar document
- Regiovisie Rivierenland
- Overzicht samenwerkingsverbanden
- LEKP-rapport
- Woonscan provincie Antwerpen
- Patrimoniumplan
- (synthesenota) mobiliteitsplan
- Beeldkwaliteitsplan
- Document open ruimte perspectief
- Meest recente rapport organisatiebeheersing
- Verslag interne oefening gebiedsgerichte werking
[1] Werf 1: 'Laten we een boom opzetten' trekt de kaart van vergroening. Werf 2: 'Verrijk je Wijk' stimuleert duurzame renovaties en hernieuwbare energie. Werf 3: 'Elke buurt deelt en is duurzaam bereikbaar' zet in op (fossielvrije) deelmobiliteit. Werf 4: 'Water, het nieuwe goud' bevordert ontharding en hemelwateropvang