INLEIDING

In de wetgeving is voorzien dat de lokale besturen in 2025 de beleids- en financiële planning voor de komende jaren opmaken. Ze beschrijven en verankeren die planning in het strategisch meerjarenplan voor de periode van 2026 tot en met 2031.

De besturen maken dat meerjarenplan op binnen het regelgevend kader over de beleids- en beheerscyclus voor de lokale en provinciale besturen (BBC). Die regelgeving bepaalt de samenstelling en de minimale inhoud van het meerjarenplan. Voor de opmaak van het meerjarenplan 2026-2031 gelden er aangepaste regels, schema’s en rekeningenstelsels. Dat is een gevolg van twee uitvoeringsbesluiten over de BBC, die in 2023 zijn goedgekeurd om de lees- en bruikbaarheid van de beleidsrapporten voor gemeente- en provincieraadsleden te verbeteren. 

In de BBC maken de lokale en provinciale besturen de beleids- en financiële planning op vanuit een meerjarig en strategisch perspectief. Het meerjarenplan vormt de basis voor het beleid van het bestuur gedurende de komende zes jaar. Het is voor de raadsleden het beleidsinstrument bij uitstek. 
In het meerjarenplan staan de te bereiken resultaten of effecten, en de acties en actieplannen die het bestuur daarvoor zal uitvoeren, centraal. Hierdoor wordt het duidelijk wat we als bestuur willen bereiken en wat we hiervoor zullen ondernemen. De inhoudelijke beschrijving van die beleidsplanning resulteert in de doelstellingenboom en de strategische nota. 

De uitwerking van de beleidsmatige aspecten kan uiteraard niet losgekoppeld worden van de vraag om de beschikbare middelen en de vooropgestelde aanwending ervan in kaart te brengen. De raming van de verwachte ontvangsten en uitgaven leidt tot de financiële planning voor zes jaar die, samengevat, weergegeven wordt in de financiële nota

Het beleid en de financiën plannen voor een periode van zes jaar is geen eenvoudige opdracht. Het brengt onvermijdelijk een zekere mate van onzekerheid met zich mee. Zowel interne als externe omgevingsfactoren kunnen en zullen het noodzakelijk maken om de planning op geregelde tijdstippen bij te sturen met een aanpassing van het meerjarenplan. Zo’n bijsturing is minstens één keer per jaar wettelijk verplicht. De voorbije legislatuur heeft voldoende aangetoond dat onvoorziene gebeurtenissen de budgettaire planning serieus door elkaar kunnen schudden. De uitbraak van de coronapandemie in 2020 en de uitzonderlijke opstoot van de inflatie in 2022 waren onmogelijk te voorspellen op het ogenblik dat de lokale besturen in 2019 hun meerjarenplan voor de periode 2020-2025 opmaakten.

Ondanks die onzekerheid willen we zo accuraat mogelijk budgetteren. Het meerjarenplan is een belangrijke leidraad om beleidsbeslissingen te nemen. Een realistische budgettaire planning draagt bij tot het nemen van haalbare beslissingen. Een te grote overschatting van de uitgaven verhoogt in te grote mate de druk op de (gecorrigeerde) autofinancieringsmarge en het (geconsolideerde) financiële evenwicht. Dat kan in het slechtste geval leiden tot het inschrijven van leningen die achteraf bekeken niet nodig blijken of uitstel van investeringen terwijl er wel voldoende financiële middelen voorhanden zijn.

Om de toegankelijkheid van de informatie over de beleidsplannen en de financiën voor de raadsleden te bevorderen, zijn verschillende onderdelen van het meerjarenplan aangepast en beter op elkaar afgestemd. De hoofdlijnen van het beleid en de financiën zijn terug te vinden in de strategische en de financiële nota. De toelichting en de documentatie bij het meerjarenplan bevatten meer gedetailleerde informatie.

Het planningsproces verloopt zowel top-down als bottom-up en in samenwerking tussen de administratie en politiek. Bovendien hebben we er ook voor gekozen dat alle lokale belanghebbenden (adviesraden, burgers, gemeenteraadsleden,…) voldoende konden participeren in het planningsproces. Zo wordt het meerjarenplan een “breedbeeldmeerjarenplan” en een gedragen beleidsdocument dat het resultaat is van overleg in de hele organisatie.

BELEIDSVERKLARING

In een wereld die sneller dan ooit verandert, is het opmaken van een meerjarenplan dat zowel beleidsmatig als financieel op punt staat, een uitdagende opdracht. De taken die lokale besturen elke dag opnemen worden jaar-na-jaar uitgebreider en de regelgeving wordt steeds uitgebreider en complexer. Ook de verwachtingen van onze burgers, verenigingen en ondernemers richting de lokale overheid nemen gestaag toe. Tijdens de opmaak van dit meerjarenplan in 2025 werd het bovenlokaal beleid van de Federale en Vlaamse overheid bovendien meermaals aangepast, bijvoorbeeld wat betreft de berekening van de (aanvullende) personenbelasting en de algemene werkingssubsidies die we ontvangen, wat een meervoudige impact heeft op de financiën van de lokale besturen. Ook het macro-economisch klimaat is van dag tot dag aan verandering onderhevig, waardoor het niet altijd evident is om macro-economische parameters eenduidig vast te leggen.

Niettemin zijn we erin geslaagd om, samen met onze administratie en op basis van de input van de gemeenteraad, adviesraden en onze burgers, een zeer ambitieus beleidsmatig meerjarenplan op te maken dat een duidelijke visie uitdraagt op het Nijlen van morgen en de nieuwe politieke cultuur waarvoor we staan, uitrolt. Het beleidsplan geeft goed weer waar we in de komende 6 jaar aan willen werken en op welke prioriteiten we willen inzetten. Ondanks de hoge beleidsmatige ambities slagen we erin om onze financiën structureel in evenwicht te brengen en voldoen we aan de evenwichtsnormen die de Vlaamse overheid oplegt, zijnde een positieve autofinancieringsmarge in 2031 en een jaarlijks positief beschikbaar budgettair resultaat. Dit zonder de belastingtarieven voor onze burgers en ondernemers te verhogen of belastingen bij te creëren. Integendeel, waar mogelijk hebben we belastingen verlaagd of belastingverlagingen van de hogere overheden gevolgd. Tot slot houden we, zelfs met een groot project zoals het nieuwe zwembad op de investeringsplanning, onze schuldgraad goed onder controle. Op die manier zorgen we ervoor dat werken loont en schuiven we geen lasten door naar onze toekomstige generaties.

Het beleid voor de periode 2026-2031 wordt opgebouwd rond 7 strategische doelstellingen die we wensen te realiseren op het einde van onze beleidstermijn om onze groene gemeente te laten schitteren en er een plek van te maken waar het goed leven, werken, ontspannen en vertoeven is. Deze doelstellingen zijn als volgt vormgegeven:

  1. Voor een open bestuur en dienstverlening, met een open blik naar alle inwoners en iedereen in een open dialoog betrekken bij beleid en plannen.
  2. Voor een dorp waar iedereen zich veilig, vlot en duurzaam kan verplaatsen.
  3. Voor onze landelijke dorpen van morgen, waar wonen nu en later hand in hand gaan met natuur en dier.
  4. Voor dorpen waar van alles gebeurt, van alles te genieten valt, van alles te vinden is en van alles te zien is.
  5. Voor menselijke samenhang, een stevige houvast en een warme gemeenschap.
  6. Voor een toegankelijke opvang en kwaliteitsvol onderwijs voor peuter, kleuter, kind en leerling.
  7. Voor een financieel gezonde gemeente.

Om deze doelstellingen te verwezenlijken, hebben we een plan opgesteld dat maar liefst 381 acties bevat, die overzichtelijk onder de 7 beleidsdoelstellingen gebundeld worden door middel van 55 actieplannen. Deze acties hebben enerzijds betrekking op meer operationele taken en opdrachten en bevatten anderzijds ook beleidsmatige initiatieven.

Zo streven we om te beginnen naar een bestuur dat open en transparant werkt, met een duidelijke focus op participatie. Inwoners, verenigingen en ondernemers worden actief betrokken bij beleid en plannen, zodat hun stem mee richting geeft aan onze keuzes. Tegelijkertijd willen we ons profileren als een aantrekkelijke werkgever die inzet op een moderne en mensgerichte organisatiecultuur. Zowel interne als externe communicatie wordt versterkt, zodat informatie helder en tijdig gedeeld wordt. Onze dienstverlening wordt verder verfijnd met de nadruk op klantgerichtheid, waarbij de noden van onze inwoners centraal staan. Digitale dienstverlening krijgt een stevige uitbreiding, maar steeds in evenwicht met een blijvende fysieke dienstverlening voor wie dat wenst. Tot slot zetten we stappen naar een verbeterd organisatiebeheersingssysteem dat onze werking transparanter en efficiënter maakt.

Daarnaast vormt veilig en vlot verplaatsen voor iedereen een belangrijk aandachtspunt in ons beleid. We werken bijvoorbeeld een parkeervisie uit die moet leiden tot meer parkeerplaatsen op de juiste locaties en voor elke weggebruiker. Ook leggen we extra nadruk op het uitbreiden en onderhouden van fiets- en voetpaden, zodat actieve weggebruikers gestimuleerd worden. Verder maken we werk van een vrachtwagenparking, om zo een oplossing te bieden aan inwoners die zelf geen plek hebben hiervoor. We zorgen voor een opwaardering van het trage wegennetwerk en maken ze op die manier aantrekkelijker voor wandelaars en fietsers. Tegelijkertijd zoeken we in samenwerking met onze buurgemeenten en andere partners verder naar oplossingen om bovenlokaal vrachtverkeer uit onze kernen te weren, zodat de leefbaarheid in onze dorpen verhoogt.

Om onze dorpen toekomstbestendig te maken, ontwikkelen we een visie en methode voor wijkgericht en gebiedsgericht werken. Voor de dorpskernen van Nijlen en Kessel-Dorp worden masterplannen opgesteld die richting geven aan hun verdere ontwikkeling. Daarnaast blazen we de pastorie van Kessel nieuw leven in. Verder investeren we volop in meer bomen en groen, zodat onze gemeente aantrekkelijker, gezonder en duurzamer wordt vooral alle (toekomstige) generaties. Ook werken we verder aan de verhoging van de rioleringsgraad in onze gemeente en voorzien we verschillende straten en wijken van een gescheiden rioleringsstelsel. Verder maken we een patrimoniumplan op voor onze gebouwen en gronden dat zorgt voor een efficiënt beheer en toekomstgericht gebruik. Onze publieke ruimte en openbaar groen worden zorgvuldig onderhouden, zodat inwoners fier kunnen zijn op hun propere gemeente. Het grootste investeringsproject van deze periode is de bouw van een nieuw zwembad, een belangrijke realisatie voor onze inwoners, scholen en sportclubs. Tot slot werken we landschapsclusters uit, onder meer rond het fort van Kessel, om natuur en recreatie beter te verbinden.

Onze gemeente moet een plek zijn waar inwoners en bezoekers kunnen genieten van een rijk aanbod aan activiteiten. Daarom ontwikkelen en voeren we een geïntegreerd toeristisch beleid dat Nijlen aantrekkelijk maakt voor bezoekers. Lokale ondernemers krijgen een ondersteuningsaanbod dat hun groei en verankering stimuleert. Ook zetten we stevig in op evenementen die de sociale cohesie bevorderen. Het vrijetijdsaanbod wordt verder uitgebouwd, met bijzondere aandacht voor kinderen en jongeren. De bibliotheek laten we ten slotte verder uitgroeien tot een laagdrempelige ontmoetingsplaats en belevenisbibliotheek, waar cultuur en gemeenschap samenkomen.

Vervolgens bouwen we aan een inclusief en toekomstgericht woonbeleid in samenwerking met diverse partners. Voor kwetsbare burgers voorzien we een sterk kader voor intensieve trajectbegeleiding. Via de artikel 60, §7 mogelijkheid investeren we in het tewerkstellen van leefloners, zodat zij opnieuw kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Samenwerkingen en partnerschappen worden versterkt in het kader van de activering van burgers. Het buurtpunt wordt verder uitgebouwd en verankerd als motor van ons sociaal beleid. We besteden ook bijzondere aandacht aan wie het moeilijker heeft, met specifieke focus op jongeren en ouderen.

Kinderopvang wordt vervolgens afgestemd op de noden van kinderen én ouders, zodat gezinnen optimaal ondersteund worden. We maken werk van een sterk flankerend onderwijsbeleid dat leerlingen extra kansen biedt. Het lager onderwijs wordt kwalitatief georganiseerd en verder versterkt. Onze Academie wordt uitgebouwd als culturele en educatieve instelling die een breed publiek bereikt. Voor GITHO Nijlen zorgen we voor een duurzame en stabiele verankering, zodat het onderwijsaanbod verzekerd blijft.

Een solide financieel beleid vormt tot slot de ruggengraat van onze werking. We beheren actief onze kredieten en met een goede thesaurieplanning zorgen we ervoor dat het aangaan van schulden tot een minimum beperkt blijft. We verhogen de belastingen niet en er worden geen nieuwe belastingen gecreëerd en dit ondanks alle financiële uitdagingen waar we als lokaal bestuur mee geconfronteerd worden. Waar mogelijk verlagen we zelfs belastingen, zoals de verlaging van de belasting op verspreiding drukwerk. Ons aankoopbeleid wordt verfijnd met een duidelijke focus op slim, duurzaam en lokaal aankopen. Ten slotte streven we naar een optimale realisatie van onze investeringsplanning, zodat middelen efficiënt en doelgericht worden ingezet.

 

 

Kerncijfers

Autofinancieringsmarge

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

AFM

914.026

447.143

485.018

754.423

1.488.575

1.907.923

   

Beschikbaar budgettair resultaat

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

BBR

474.895

483.132

307.543

405.882

855.784

593.325

 

Uit de cijfers van beide tabellen is duidelijk vast te stellen dat aan beide financiële evenwichten voldaan is, ondanks de maatregelen van de hogere overheden die veelal een negatieve impact hebben op onze financiën. Zo nam de federale regering een aantal fiscale maatregelen wat betreft de personenbelasting die een effect hebben op de inkomsten voor de lokale besturen. Hierdoor loopt de gemeente 2 000 000 euro mis gespreid over 6 jaren.

Aanvullende personenbelasting en opcentiemen onroerende voorheffing

Ondanks deze verminderde ontvangsten blijven we bij het uitgangspunt in ons bestuursakkoord dat er geen belastingverhoging zal gebeuren in Nijlen. De aanslagvoet uit de aanvullende personenbelasting bedraagt momenteel 7 % en wijzigt niet. Ook de aanslagvoet van de onroerende voorheffing blijft behouden op 819 opcentiemen. Hierdoor zitten we voor beide belastingen onder het gemiddelde in Vlaanderen. De ontvangsten uit beide belastingen kunnen als volgt samengevat worden:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

OV

6.554.718

6.749.001

7.015.971

7.251.266

7.586.068

7.829.311

PB

10.204.191

10.458.015

10.767.649

11.095.332

11.243.918

11.510.785

 

Algemene en specifieke werkingssubsidies vanuit hogere overheden

Ook de Vlaamse Regering had eerder al aangegeven om een aantal algemene werkingssubsidies te verminderen. Zo wordt de LEKP-subsidie vanaf 2026 stopgezet en wordt de aanvullende dotatie ter compensatie van de derving uit de Elia-heffing vanaf 2027 afgeschaft. Bovendien ontvingen we eind september 2025 van de Vlaamse Regering een brief waarin de impact van de Septemberverklaring bij de begroting van 2026 op de budgetten van de lokale besturen beschreven staat. Deze maatregelen die door de Vlaamse Regering genomen werden in het kader van de begrotingsopmaak voor 2026 zorgen er immers voor dat 663 000 euro aan subsidies voor lokaal bestuur Nijlen, die ons vooraf beloofd werden, geschrapt worden.

De ontvangsten uit zowel algemene als specifieke werkingssubsidies kunnen als volgt samengevat worden:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Algemeen

9.102.282

9.238.826

9.623.556

9.928.457

10.243.324

10.569.145

Specifiek

4.592.003

4.560.688

4.536.096

4.546.236

4.701.916

4.705.166

 

Investeringen

In de toelichting is een gedetailleerd overzicht beschikbaar van alle investeringen. De totale investeringsuitgaven kunnen als volgt samengevat worden (in miljoenen euro’s):

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Investeringen

13,9

11,8

14,2

8,4

2,3

2,7

 

Personeelsuitgaven

Als lokaal bestuur investeren we ook volop in ons personeel. Ondanks de krappe budgettaire beleidsruimte voorzien we bijkomende middelen voor de uitbreiding van het personeelsbestand:

  • 1 VTE Maatschappelijk assistent activering tewerkstelling (2 jaar)
  • 1 VTE GAS-ambtenaar handhaving
  • 0,8 VTE Expert e-inclusie en digitalisering

Bijkomend kunnen we, omwille van een pensionering en door interne verschuivingen, een personeelslid de taken rond organisatiebeheersing, strategie en monitoring van ons beleid toevertrouwen.

Onze totale personeelskost stijgt in de jaren onder meer omwille van de voorspelde indexaanpassingen, doorgroei van personeel en anciënniteit van het huidige personeelsbestand. Ook de responsabiliseringsbijdrage (voor de pensioenen van onze statutairen) stijgt jaarlijks. De totale personeelsuitgave kan als volgt samengevat worden (in miljoenen euro’s):

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Personeel

16,5

16,9

17,2

17,6

18,0

18,3

 

Dotaties politiezone en hulpverleningszone

Ook onze partners kunnen blijven rekenen op financiële steun. Veiligheid is een basisrecht voor onze inwoners en een speerpunt van het bestuur. We voorzien dan ook zowel voor de politiezone als de hulpverleningszone (brandweer) voldoende middelen om hun taken zorgvuldig te kunnen uitvoeren. De dotaties richting beide entiteiten kunnen als volgt samengevat worden:

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Politie

3.321.786

3.847.015

3.847.015

3.847.015

3.885.485

3.963.195

Brandweer

1.408.310

1.408.310

1.408.310

1.408.310

1.408.310

1.408.310

 

Evolutie financiële schulden aan kredietinstellingen

De financiële schuld raakt rechtstreeks aan de financiële gezondheid van onze gemeente. Daarom voeren we een actief schuld- en thesauriebeheer met opvolging van de evoluties op de financiële markten en gaan we zeer zorgvuldig om met het aangaan van leningen bij financiële instellingen.

De geraamde evolutie van de financiële schulden aan kredietinstellingen op 31 december van de betreffende jaren in de periode 2026-2031 kan als volgt samengevat worden (in miljoenen euro’s):

 

2026

2027

2028

2029

2030

2031

Schuld

26,4

30,8

33,9

38,4

36,4

33,5

 

Inwonersaantal gemeente Nijlen

Op 1 januari 2025 telde onze gemeente 23 747 inwoners.