Beschrijving van de financiƫle risico's

Dit overzicht geeft een beschrijving van de financiële risico’s die lokaal bestuur Nijlen loopt. Financiële risico’s kunnen de cijfers van de financiële nota van het meerjarenplan immers in belangrijke mate kaderen. Een volledig en transparant overzicht van de financiële risico’s is onontbeerlijk om een correcte inschatting te kunnen maken van de werkelijke toestand van de financiën van ons bestuur.

Schuldbeheer

De schuldportefeuille  van Nijlen is doordacht samengesteld en wordt pro-actief beheerd. Ons leningenbestand bevat leningen met vaste en variabele rentevoeten en spreiding wat betreft korte of lange termijn. Bovendien zijn onze gelden (en leningen) ook nog eens verspreid over verschillende bankinstellingen (Belfius, BNP Paribas Fortis en ING).

Door de leningen zoveel mogelijk te spreiden is de mogelijke impact van een wijzigende rentevoet beperkt op de meerjarenplanning. Ook maken we gebruik van verschillende indekkingstechnieken om het risico op grote wijzigingen te beperken.

Gemeente Nijlen beschikt momenteel over 1 bullet-lening (2.750.000 €). Dit is een lening waar periodiek enkel intresten voor dienen betaald worden en geen aflossingen. Deze lening werd specifiek aangegaan voor de bouw van de school Kessel-Dorp omdat deze moest geprefinancierd worden. Zodra de subsidies promotieschoolbouw ontvangen worden (geschat in 2028) wordt deze lening in 1 keer volledig afgelost.

Bij de simulatie van toekomstige leningen zijn wij uitgegaan van de huidige marktrentevoeten, vermeerderd met een beperkte marge. De lening voor de bouw van ons zwembad is voorzien op een looptijd van 25 jaar.

Het lokaal bestuur heeft enkel toegestane leningen toegekend aan AGB Nijlen. De aflossingen van het AGB voor de overname van de lening voor het zwembad lopen af in 2029.

Ontvangsten

Een aantal ontvangsten zoals aanvullende belastingen, subsidies vanuit de Vlaamse Overheid en dividendontvangsten vanuit Fluvius werden ons medegedeeld door de bevoegde instanties en deze ramingen werden integraal overgenomen in ons meerjarenplan.

We hopen uiteraard dat Vlaanderen al zijn gemaakte beloftes kan nakomen en dat er na een volgende begrotingsronde niet opnieuw subsidies voor lokale besturen zullen worden bijgestuurd zoals in september 2025 het geval was (zie bijvoorbeeld de dotatie Open-Ruimte en de dotatie op basis van de respo-bijdrage)

Van de federale overheidsdienst Financiën ontvingen wij de her-ramingen van de aanvullende personenbelasting voor de jaren 2025-2031. Hierbij bleek dat Nijlen vooral in de laatste jaren minder ontvangsten (2.000.000 €) zal doorgestort krijgen omwille van de federale maatregelen wat betreft fiscaliteit. In die berekening werd wel geen rekening gehouden met eventuele terugverdieneffecten (bv meer mensen aan het werk)

Omdat er op grondgebied Nijlen nog een aantal grotere bouwprojecten zullen gerealiseerd worden (denk bijvoorbeeld aan Woon-Bal en project Hooidonkstraat), werd in onze eigen berekening van de opbrengsten uit de opcentiemen op de onroerende voorheffing en de aanvullende personenbelasting wel rekening gehouden met de bijkomende extra ontvangsten die hieruit voortvloeien (bijkomend KI en belastbaar inkomen vanaf 2030).

In de exploitatie-ontvangsten werd ook rekening gehouden met de jaarlijkse ILOV-toelage van provincie Antwerpen (Githo) en een jaarlijkse exploitatietoelage vanuit de Vlaamse Overheid vanaf 2030 voor de exploitatie van het zwembad.

Daarnaast hebben we vanaf 2026 ook een beperkt bedrag aan ontvangsten ingeschreven (25.000 €) uit handhaving omgeving en milieu.     

De ontvangsten uit subsidies voor leefloon voor de beperking van de werkloosheid in de tijd en subsidies voor personeelskosten zijn ook mee aangepast op basis van de te verwachten dossiers vanaf 1 januari 2026.

Uitgaven

De personeelskosten zijn geraamd op basis van het huidige personeelsbestand rekening houdende met aanwervingen, vervangingen, doorschalingen en wettelijke verplichtingen. Ook de bedragen van de respo-bijdragen zijn integraal overgenomen van de laatst beschikbare versie afkomstig van de Federale pensioendienst. De pensioenen ten gunste van de ex-mandatarissen zijn voorzien voor de volledige periode van het meerjarenplan. Er is ook de intentie om een gespecialiseerde instelling  de opdracht te geven de toekomstige pensioenlasten (na 2031) in kaart te brengen.

De werkingskosten zijn ingeschat op basis van de cijfers uit de rekening 2024, de huidige stand van zaken in 2025 en de verwachtingen naar prijsevoluties en beleid vanaf 2026.

De toelagen voor de samenwerking met partners (bv politie, brandweer, AGB, intercommunales, VZW’s, …) zijn overgenomen vanuit hun budgetten. Afhankelijk van de verwachtingen en de behoefte van deze partners zal dit eventueel later dienen bijgestuurd te worden.

De verwachte verhoging van uitgaven voor het leefloon (in het kader van de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd) zijn mee voorzien in ons meerjarenplan maar uiteraard is dit een voorlopige inschatting op basis van de cijfers die we hiervoor tot op heden mochten ontvangen.

Investeringen

Er werd een financieel realistisch en haalbaar investeringsprogramma voorzien voor de periode 2026-2031. De timing van uitvoering blijft natuurlijk afhankelijk van externe factoren (subsidiebeloften, grondaankopen, vergunningen, partners, …)

Door de geplande verkoop van onroerende goederen zullen we ook bijkomende middelen ontvangen. De ingeschatte verkoopprijs is realistisch en marktconform geraamd op basis van een schattingsverslag of een gelijkaardig verkocht perceel.

Githo en BKO

Momenteel zijn de budgetten voor Githo voorzien in de meerjarenplanning voor de periode 2026-2031. Van zodra de ILOV in werking treedt zullen de specifieke budgetten voor Githo uitgefilterd en overgezet moeten worden naar deze aparte entiteit. Dit zal moeten gebeuren in een aanpassing van het meerjarenplan.

Ook de budgetten van de buitenschoolse kinderopvang zijn nog voorzien in het meerjarenplan. Zodra er hierover een beslissing genomen wordt en afhankelijk van de financiële impact, zal ook dit in een aanpassing van het meerjarenplan voorzien worden.