Introduceren van gebiedsgericht werken als de nieuwe manier van werken om effectief resultaten neer te zetten
Als organisatie zijn we er van overtuigd dat we werk moeten maken van een bijkomende focus, namelijk gebiedsgericht werken. De afgelopen legislatuur leerden we zowel uit participatiemomenten als uit concrete weg en rioleringsprojecten dat het bevragen en luisteren naar buurten, geïntegreerd vanuit verschillende beleidsdomeinen, een grote meerwaarde kan betekenen voor de bewoners maar ook voor ons als organisatie.
Link met nieuw MJP:
BD1: Voor een open bestuur en dienstverlening, met een open blik naar alle inwoners en iedereen in een open dialoog betrekken bij beleid en plannen.
AP1: Tegen het einde van 2031 verhoogt het lokaal bestuur haar participatieniveau van interne en externe stakeholdersgroepen
6: We zetten in op wijkgerichte participatie
BD3: Voor onze landelijke dorpen van morgen, waar wonen nu en later hand in hand gaat met natuur en dier.
AP15: Visie als kompas voor onze ruimte
76: We zorgen voor de opmaak van methodiek wijkgericht/gebiedsgericht werken
Voor de opmaak van de omgevingsanalyse werd een eerste fictieve geïntegreerde workshop georganiseerd binnen de organisatie waarin we gebiedsgericht en geïntegreerd naar een wijk hebben gekeken. Er ontstonden gedeelde opgaves en gedeelde inzichten. Een verslag van deze oefening inclusief aanbevelingen werden opgemaakt.
Deze verbeteractie wordt niet meer opgevolgd als verbeteractie vanaf 2026 aangezien dit als prioritaire actie in MJP opgevolgd zal worden.
Het nieuwe bestuur volgt in de gebiedsgerichte of wijkfocus. Het volgende jaar gaan we aan de slag om:
- te komen tot een uitgeschreven methodiek
- te komen tot een plan van aanpak
- te komen tot een afbakening van de wijken
- afspraken rond de volgorde en timing van deze nieuwe vorm van participatie.
In het nieuwe mjp dient het nodige budget in functie van participatie te worden voorzien.
Gedurende de opmaak van het nieuwe MJP worden ook alle geplande investeringen op locatie aangeduid om zo ook al afbakening en gebieden te selecteren om gebiedsgericht aan de slag te gaan.
- BHM BM 2.5 (1) De organisatie evalueert regelmatig de kanalen en instrumenten die ze hanteert om te peilen naar de verwachtingen van haar belanghebbenden.
- ORG BM 5.2 (6) Er is voldoende afstemming tussen medewerkers en diensten voor een degelijke gecoördineerde dienstverlening (het is duidelijk wie aan wie informatie moet aanleveren en het is duidelijk wie aan wie hierover moet rapporteren).
- ORG BM 5.3 (2) Als uit evaluaties blijkt dat wijzigingen noodzakelijk zijn, wordt de organisatiestructuur aangepast en wordt de aanpassing gecommuniceerd.