Thema 10: ICT
De behoefte aan een degelijke strategische en operationele beheersing van ICT is toegenomen door de steeds grotere automatisering van de kernactiviteiten en de daarbij horende investeringen.
De organisatie moet in haar ICT-aanpak keuzes maken. Op alles tegelijk inzetten is immers financieel en inhoudelijk niet haalbaar. De keuzes moeten gemaakt worden in functie van de realisatie van de doelstellingen en de optimalisatie van de dienstverlening.
Om haar ICT-noden goed te kunnen beheersen is het nodig dat de organisatie zicht heeft op de ICT-middelen en -mogelijkheden waarover ze beschikt en op de stappen die ze moet zetten om tot een correct beheer ervan te komen. Het gaat hierbij om hardware, software(-applicaties) en digitale data- of informatiesystemen.
Om kwaliteitsvolle ICT-diensten te leveren moet de organisatie aan een aantal voorwaarden voldoen.
Het moet duidelijk zijn wie verantwoordelijk is voor ICT. De ICT-infrastructuur moet degelijk zijn. De ICT-architectuur moet toelaten dat software vlot draait en dat de digitale informatie op het juiste moment bij de juiste persoon terechtkomt. Software met soortgelijke gegevens moet zoveel mogelijk gelinkt worden, rekening houdend met de principes van ‘open data’ en eenmalige invoer.
Het is essentieel dat er veilig met informatie wordt omgegaan. De regelgeving hierover moet worden toegepast. De organisatie is verantwoordelijk voor het opzetten van een informatieveiligheidsbeleid.
Door de cruciale rol van ICT is het belangrijk om maatregelen te nemen die de werking van de ICT-systemen en de continue beschikbaarheid van de informatiesystemen garanderen. Dit betekent bijvoorbeeld dat er na een elektriciteitspanne of een brand snel verder gewerkt kan worden. Back-ups van informatie zijn hierbij een belangrijke factor. Het is raadzaam om bij een totale uitval van de digitale (informatie)systemen over een noodplan te beschikken om de meest cruciale dienstverlening te blijven garanderen.